vrijdag 2 juli 2010

Relaxen in Dahab

Stel jezelf voor liggend op een stapel kussens. Naast je een tafeltje met daarop een koel drankje en een heerlijk vers gegrilde vis. Je kijkt uit over de Rode Zee en aan de overkant van het water zie je het vage silhouet van Saoedi-Arabië.

Naast je zit een bijzondere mix van mensen. Andere reizigers uit heel Europa, de Verenigde Staten of Azië een aantal afrikanen en enkele Egyptenaren waaronder een vrouw die compleet gehuld in een zwarte burqa samen met haar gezin geniet van hetzelfde zeebriesje als de rest.
Op dat heerlijke en bizarre plekje hebben wij ruim een week mogen vertoeven. Er is uiteraard nog meer te vertellen, maar de kern is toch wel: relaxen en vakantie vieren.




Nadat we ongeveer anderhalve week hadden doorgebracht met het bekijken van al het moois en bizars dat Egypte te bieden had in Cairo en langs de oevers van de Nijl, was het nu tijd voor een weekje ongegeneerd relaxen in het plekje Dahab op ruim een uur rijden van Sharm el Sheikh.
Heerlijk: verse jus, zwemmen in de zee en ondertussen nog tien boeken lezen!

Maar niets van dit alles voordat we de bijbelse berg Sinai hadden beklommen!
Je moet die rust immers wel verdienen….

In zowel het jodendom, het christendom als in de islam speelt de berg Sinai een belangrijke rol. Het is de plek waar het volk Israël naartoe trok vanuit Egypte en waar Mozes de geboden kreeg van God. In een dal aan de voet van de berg Sinai zelf staat het Sint Catherina klooster. Officieel UNESCO werelderfgoed als het op een na oudste klooster ter wereld. Het klooster zelf komt uit de zesde eeuw en het is gebouwd rondom een kapel uit de derde eeuw. De bibliotheek van het klooster bevat enkele van de oudste bijbels ter wereld en een interessant document van Mohammed, die in de zevende eeuw als islamitische leider het klooster vrijheid van geloven gaf terwijl de rest van de omgeving werd ingenomen door de Arabische veroveraars.
Genoeg geschiedenis en genoeg reden om deze plek te bezoeken en om de berg te beklimmen.

Dat is echter aanmerkelijk makkelijker opgeschreven dan gedaan. Vanwege de hitte wordt aangeraden om de klim ’s nachts te doen. Een bijkomend voordeel is dan dat we de zon zien opkomen vanaf de top.

Wat een klim!

Om 23.00 in de avond vertrokken we uit ons hostel. Rondom 01.00 uur waren we bij het klooster waar we een halfuur later begonnen met klimmen bij het schijnsel van de maan. Na drie slopende uren lopen en klimmen langs een kamelenpad kwamen we uitgeput aan bij de trappen. Daar bleken er 700 van te bestaan.
Met pijnlijke knieën en met een duidelijk besef van mijn gebrek aan conditie kwam ik boven. (Lydia had aanmerkelijk minder problemen).

We huurden een vies oud kamelenkleed bij een van de bedoeïen die goed geld probeerden te verdienen aan de vele toeristen die de berg beklommen.

Achter een rots, waar we konden schuilen tegen de felle wind, wikkelden we het kleed om ons heen. Vanuit onze schuilplaats keken we uit naar de zon die langzaam omhoog kwam.

Het was een schitterend schouwspel om de zon als een de vuurbal op te zien komen en langzaam het hele gebergte te zien verlichten. Toen zagen we pas wat voor afstand we hadden afgelegd en vooral hoeveel mensen op hetzelfde idee waren gekomen. Verspreid over de top van de berg zaten waarschijnlijk wel 2000 mensen!




Wat was het lekker geweest als we daar in een helikopter hadden kunnen stappen die ons terugbracht naar de kust. Maar helaas.
In een gigantische optocht liepen we terug naar het dal. Het ging sneller, maar ook dit was nog twee uur lopen.
Beneden bekeken we het klooster dat door de mensenmassa helaas ook meer leek op Disneyland dan op een plek van rust en contemplatie.




Teruggekomen bij het hostel konden we alleen nog maar verlangen naar ons bed en slapen….
Dat deden we vervolgens ook een uur of twintig. (alleen onderbroken door een hapje eten)

De rest van de week wisselden we de hoogte van de bergen af met de diepte van de zee.



Enkele schitterende duiken in de Rode Zee maakten deze reis compleet en maken dat we zeker nog eens terug willen naar dit gebied om meer te zien van de wonderen onder de zeespiegel en al het moois in de omgeving. Het is een aanrader!

Maar eerst weer terug naar het gewone leven.

Tot snel,

Gerrit en Lydia

woensdag 23 juni 2010

Tempels, tempels en nog eens ....






Tempels, tempels en nog eens tempels



Het is de blauwe levensader van Egypte: de rivier de Nijl. Vanaf een cruise schip, in - voor Egyptische begrippen – ongekende luxe zagen we het leven aan en op deze rivier aan ons voorbij trekken. Het was een schitterend schouwspel, maar vooral ook een erg hete tocht.



Zonder de Nijl was Egypte een grote woestijn geweest. Vanuit ons ligbed aan het zwembad op het dak van het schip keken we uit over een brede strook groen. Palmbomen, landerijen, boeren, steden en veel vee. Maar achter die groene strook zag je altijd de onverbiddelijke en vrijwel onbewoonbare woestijn.




Dit was 5000 jaar geleden natuurlijk ook al zo en de machtige farao’s die toen als God-Koningen de scepter zwaaiden over Egypte bouwden hun gigantische en talrijke tempelcomplexen dan ook aan de rand van deze rivier. Tempels zo groot dat de Nieuwe Kerk op de Dam in Amsterdam er 10 of 20 keer in zou passen. En dan niet een van die tempels, maar tientallen.



Wat die farao’s natuurlijk niet beseften is dat ze zo een mooie kans creëerden voor hun zakelijk ingestelde nazaten. Want als vrijwel al die tempels aan de Nijl staan, wat is er dan mooier om met een cruise schip vol toeristen langs al dat moois te varen…..

En zo dachten ook Gerrit en Lydia.




Het was erg indrukwekkend en groots om al die geschiedenis is zien. Vanuit Cairo kwamen we vrijdagochtend met de nachttrein aan in Aswan in het zuiden van Egypte. Vandaar gingen we naar ons schip en in een tocht van drie nachten en vier dagen van Aswan naar Luxor bezochten we zes tempels en tien graven van koningen, koninginnen en nobelen en nog een oude steengroeve. Het was ons historische weekje….



Ook dit zijn weer dingen die lastig te beschrijven zijn. Het is groter dan je bedenkt en indrukwekkender dan je je voor kunt stellen. Waar de kleuren nog behouden zijn (zoals in enkele graftombes van de nobelen) is het een schitterend kleurig geheel van tekeningen over het leger, het boerenleven of andere taferelen waarmee je een inkijkje krijgt in het leven van 4000 jaar terug.



Een indruk die echter ministens zo sterk blijft hangen na deze mooie cruise is de hitte. De allesverzengende, intense, altijd aanwezige en slopende hitte. Op het heetste deel van de dag was het ca.45 graden. Dan lig je ook niet meer lekker aan het zwembad…



Aswan en Luxor liggen in het midden van Egypte en dus midden in de woestijn. De Nijl zorgt wel voor leven, maar kan echt niet verkoelen. Dat merkten we maar al te goed.



We pasten ons leven er volledig op aan. In de ochtend om 06.00 uur uit bed. Dan enkele dingen bezichtigen tot een uur of 09.00/10.00, dan nog tot 12.00/12.30 aan het zwembad. Vervolgens lunchen (bij de airco) en dan een middagdutje en wat lezen tot we om 19.00 uur weer naar buiten konden.



Gelukkig was het schip een drijvende airco en was er genoeg te doen en hebben we leuke mensen ontmoet, maar ideaal is anders. Dus volgende keer toch maar in december naar Egypte.



Vanmorgen hebben we onze laatste bezichtigingen gedaan. De meest indrukkwekkende aan het einde: de tempel van Karnak.



En nu zitten we samen in een in een restaurantje. Eten net op en over een halfuurtje haalt de taxi ons op en brengt ons naar het vliegveld. We vliegen vanavond naar vliegveld Sharm el Sheikh. Daar haalt een auto ons op en brengt ons naar Dahab. Onze plek voor de rest van de reis. Vandaar kunnen we de Sinai beklimmen, duiken en – als het niet te heet is – nog de woestijn in.






Groet,

Gerrit en Lydia





PS



Nog een kleine anekdote om een indruk te geven hoe de mensen hier tegen ons en vooral Lydia aankijken…

Lydia wordt op straat voortdurend nagefloten en aangestaard als de mooiste vrouw op aarde. Dat vindt ze zelf erg vervelend, maar als ik kijk naar de lokale vrouwen (het weinige dat zichtbaar is dan) kan ik me goed voorstellen dat de mannen onder de indruk zijn. Soms loopt het wel de spuigaten uit. We zaten in een internetcafé en bij de computer waar Lydia achter zat sprong het lampje van de webcam aan. Dat was wat vreemd, maar de smerige opzet was direct duidelijk toen Lydia de camera wegdraaide en de beheerder van het internetcafé ineens verschrikt opkeek en wegliep. Ook dat is Egypte.





zondag 20 juni 2010

Cairo

Een paar dagen lang twijfelde ik of ik opnieuw ons blog zou bijhouden. Als je drie maanden gaat backpacken in Indonesië en China dan is dat natuurlijk wel wat anders dan drie weken Egypte, maar na drie en een halve dag in Cairo kon ik niet meer anders. De vorige keer merkte ik dat het prettig is om alle indrukken van me af te schrijven en zo ruimte te maken voor nieuwe. Bovendien is het een ideaal dagboek want veel dingen vergeet je weer snel. En als het goed is, scheelt het ook weer veel vertelwerk in Nederland…(-;

Afin, na deze korte toelichting dan snel naar Cairo.




Cairo

Om zeven uur ’s ochtends vertrokken we uit Amsterdam om via Zurich om ca. twee uur ’s middags te landen op het vliegveld van Cairo. (dat was de goedkoopste vlucht: het is wel backpacken natuurlijk)
De warmte klapte ons met de spreekwoordelijke mokerslag omver. Met ongeveer 35 graden en een ongenadig felle zon kregen we direct een goede indruk van wat ons te wachten stond. Na diverse veiligheidschecks en het kopen van een visum vonden we de chauffeur van het hostel. Met hem doken we de hectiek van de stad in.
Iedereen rijdt hier alsof ze alleen op de wereld zijn en in de rit van veertig minuten heb ik meer bijna ongelukken meegemaakt dan in de afgelopen veertig weken in Nederland. Gelukkig weet iedereen wel de claxon te vinden!

Het hostel waar we hadden geboekt zat letterlijk drie hoog achter. Weliswaar in een redelijk goede en centraal gelegen wijk, maar wel weggestopt in een kantoorgebouw waar je de lift moest nemen naar de derde verdieping waar achter een deurtje de ingang van het hostel zat weggestopt. Heerlijk dat backpacken.

’s Avonds haalde Willem-Jan de Wit ons op voor onze eerste echte kennismaking met Cairo. Een zeiltochtje op de Nijl met een falluciabootje. Heerlijk om met een verkoelend rivierbriesje de zon onder te zien gaan over het hectische stadsleven van Cairo. De luxe hotels torenden omhoog langs de rivieroever en daarachter en eromheen raceten duizenden auto’s, brommers en soms nog een paard met wagen op weg naar hun bestemming.

Het was goed om Willem-Jan opnieuw te ontmoeten. Ongeveer twee jaar geleden is hij vanuit de Noorderkerkgemeente in Amsterdam, waar Lydia en ik beide deel van uitmaken, uitgezonden naar Egypte om daar les te geven aan de theologische school van de Egyptische presbyteriaanse kerk. Hij doceert bijbelse vakken en Grieks. Vanuit de Noorderkerk konden we hem enkele kaarten en groeten en uiteraard alle goede wensen meegeven die hij zeer waardeerde. Voor ons was de ontmoeting natuurlijk nog veel bijzonderder. Willem-Jan vertelde honderduit over zijn leven in Egypte, de lessen die hij geeft en hoe gewone Egyptenaren hun leven leven.
Na de boottocht bezochten we een kerk waar op maandagavond een gebedsbijeenkomst gaande was met honderden mensen. Erg indrukwekkend en inspirerend. Nederlandse christenen zijn vaak moeilijker bereid om naar door de weekse activiteiten te gaan, door hun drukke leven, maar hier is dat ogenschijnlijk geen belemmering. Na deze bijzondere introductie van Cairo aten we samen met Willem-Jan in een restaurant in Egyptische stijl. Een geslaagde avond!



De dagen erop waren zeer indrukwekkend. Cairo is islamitisch, erg islamitisch, maar tegelijkertijd heeft het alle hectiek van de wereldstad die het is. Het leven gaat hier 24 uur per dag door. Ongeacht het tijdstip waarop we de straat op gingen, was het druk en werden er dingen gekocht en verkocht. De auto’s vormden een onstopbare stroom verkeer. Dat moet ook wel want de 20 miljoen inwoners moeten toch naar hun plek van bestemming.


We bekeken een aantal grote moskeeën, die allen ouder zijn dan de stad Amsterdam en doorgaans ook groter dan de grootste kerk die Amsterdam kent. (om een beetje een vergelijking aan te geven). Ook het hart van islamitisch Cairo konden we uiteraard niet overslaan. Nauwe steegjes met verschillende markten waar specerijen, groenten, vlees, boeken, koper, goud, zilver en veel toeristische troep werd verkocht. Zoals altijd gold ook hier hoe minder toeristen hoe leuker en beter de markt was. De vele sapwinkels in de stad gaven ons de nodige energie om verder te trekken door het doolhof van Cairo.




Ik kan nog pagina’s doorgaan met de oudheden die we zagen. Uiteraard de piramiden en de sfinx. Maar ook de enorme collectie in het Egyptische museum met ondermeer het vele goud dat farao Tutankhamon meekreeg in zijn graf. Of Koptisch Cairo, het oudste deel van de stad met zijn vele kerken. Alles zeer indrukwekkend en niet te missen, maar het ware hoogtepunt was voor ons toch om te zien hoe ‘gewone’ Egyptenaren leven. (voor zover mogelijk is om dat te zien in enkele dagen).

Dan bedoel ik bijvoorbeeld de middag en avond die we doorbrachten in Al Azhar park. Daar zagen we tientallen verliefde stelletjes, groepen gesluierde moeders met hun kinderen in vaak felgekleurde kleding spelen of groepen mannen die samen rookten of in gebed gingen. Daar speelden de families tikkertje, danste een jongedame en keken we samen met hen naar de zonsondergang over de skyline van de stad met honderden minaretten.

Of ik bedoel onze wandeling over een markt die we onderweg in een taxi tegenkwamen. De taxichauffeur keek nogal verbijsterd toen we juist daar wilden stoppen, maar wat is er nu leuker dan te kijken naar het vlees dat hangt in de zon, te ruiken aan de vis die overdekt is met de vliegen en fruit te kopen bij de tientallen fruitkramen. Schitterden beelden van de vele theekraampjes aan de kant van de weg, de bakkers en de spelende kinderen. En overal de mannen met paard en wagen of soms een grote jeep die het afval ophalen. Op weg naar dirt city.

Want dat was toch wel het meest indrukwekkende van wat we zagen: Dirt City.
In een stad met twintig miljoen inwoners wordt natuurlijk veel afval geproduceerd: bergen en bergen. Overal in de stad ligt het ook. Vaak in hoeken op de straat bij elkaar gestort of in een hokje dat aan de voorkant open is zodat iedereen er bij kan. De hele dag en vooral ’s nachts gaan de vuilophalers door de stad. Met hun oude overbeladen auto’s of hun karren met een paard of ezel ervoor houden ze de stad een beetje leefbaar.

Daar sta je nauwelijks bij stil totdat je Dirt City zelf inrijdt. Dan zie je een schouwspel dat met geen pen echt te beschrijven is. Ik doe een poging, maar de geur en de massaliteit is niet over te brengen. In nauwe straten waar duizenden mensen wonen, ligt het vuil huizenhoog opgestapeld. Overal zijn mannen, vrouwen en kinderen bezig om te sorteren. Plastic bij plastic, verteerbaar afval bij verteerbaar afval en ga zo maar door. De stank is niet te harden.
In de loodsen, de straten en de huizen stapelt het afval zich op. Het stof waait op en vormt soms een gordijn waar de wijk bijna in verdwijnt. Zo nu en dan vangen we de blik op van de taxichauffeur die demonstratief zijn neus dicht knijpt en ons nog eens boos aankijkt: waarom moesten we nu juist naar deze wijk?!. De onderkant van de samenleving!
Temidden van dat alles hoor je kinderen lachen. Ze spelen met het afval, de dieren en met elkaar. Mannen roken samen hun waterpijp, vrouwen staan gezellig te kletsen. Wat ons verwende westerlingen schokt, is hier business as usual. Niets aan de hand.

Na een rit van een kwartier door deze wijk, kwamen we dan aan bij de reden voor ons bezoek aan deze wijk. De kerk van Simon de Looier. Nu lijkt het misschien alweer zo’n veel te mooi verhaal te worden, waarin in alle ellende er opeens een kerk is of christenen zijn waar de hoop zich in samenbalt. Om eerlijk te zijn: dat is het ook, maar dat was niet onze bedoeling toen we erheen gingen. Zelf nog niet de bedoeling toen ik dit blog begon te schrijven. Nu ik bezig ben zie ik geen andere manier.

Het grootste deel van de mensen in de afvalwijk is christen. Als minderheidsgroep zitten de christenen hier soms aan de rand van de samenleving. Ze hebben baantjes die anderen niet zien zitten. Waaronder de rol van vuilnisman. (net zoals een groot deel van de vuilnismannen en schoonmakers in Nederland uit immigranten en minderheidsgroepen bestaan).

Hoewel iedereen in naam christen was, werd er in de praktijk weinig met dit geloof gedaan. Iedereen had zijn christelijke tatoeage op de arm zodat duidelijk was waar je bij hoorde, maar verder niet veel. De plaatselijke koptische kerk stelde enkele priesters aan om deze mensen weer opnieuw te vertellen over God, geloof en Jezus Christus. Velen kwamen opnieuw tot geloof en er was behoefte aan een kerk. Bij gebrek aan ruimte hebben de lokale bewoners een kerk uitgehouwen in de bergwand. Deze kerk gingen we bezichtigen want in dat zachte steen is nu een enorme openlucht kerk waar ruimte is voor 5000 mensen. Langs de wanden zijn schitterende bijbelse taferelen uitgehakt.



Deze kerk biedt nu een vorm van gemeenschap en hoop die jarenlang ontbrak in deze desolate omgeving. Mensen putten kracht uit hun geloof om de dagelijkse gang door de stad te maken. Daarnaast is er een onverwacht voordeel. Deze kerk trekt nu bezoekers uit heel Egypte en zelfs toeristen uit de hele wereld. Dat komt enerzijds door het verhaal van Simon de Looier die in de middeleeuwen de moslims eens wist af te troeven en naar wie de kerk vernoemd is, maar anderzijds door het prachtige handwerk van deze lokale vuilnisboeren.

Zonder iets af te doen aan de pracht en waanzin van Cairo, was dit wel het bezoek dat het langst in onze hoofden en neuzen is blijven hangen.

zaterdag 3 oktober 2009

Happy end



De chinezen vonden het schijnbaar erg jammer dat we gingen, want ze hebben op 1 oktober het meest spectaculaire afscheidsfeestje ooit gegeven. Indrukwekkend!
Helaas waren ze ons wel vergeten uit te nodigen, klein detail.

Na 12 weken reizen waarvan 5,5 in China was het 60-jarige bestaan van de Volksrepubliek China op 1 oktober een goede gelegenheid om mee te eindigen.
Zo sloten we gisteren dan ook een mooie week in Beijing af.

Op dinsdag waren we nog naar de grote muur gegaan. Zo ongeveer elke chinees die we dit vertelden, kwam met een uitspraak van Mao aan: 'Hij die de grote muur niet heeft beklommen, is geen ware man'. Hoewel het zeer de vraag is of Mao het altijd bij het juiste eind had, zijn - we in Chinese ogen in elk geval - ware mannen.

Op woensdag bezochten we, samen met een Chinese vriend die we hier hebben ontmoet, het Zomerpaleis. Indrukwekkend groot, schitterende gebouwen met oude kunstwerken en alles rondom een speciaal uitgegraven meer, dan is paleis het Loo maar een klein hokje.
Ook is er die dag een pekingeend gesneuveld om aan onze toeristische behoeften te voldoen. Best lekker en in ieder geval leuk om eens te eten, maar als je dan toch traditioneel voedsel wil, dan geef ik de voorkeur aan een Hollandse Nieuwe.



Gedurende deze dagen bleef de spanning op straat toenemen. Het 1 oktober 'feest' stond immers voor de deur. Ik heb op een bepaald moment het aantal agenten, militairen en andere mannen in uniform geteld en op een afstand van ca. 100 meter kwam ik op 53 gewapende broeders (was wel in de nabijheid van het Plein van de Hemelse Vrede).
De wapens waar deze jongens mee liepen waren behoorlijk indrukwekkend en dan heb ik het nog niet over de honden die ze bij zich hadden. Gaf een gezellig straatbeeld alsof de stad bezet was. Daarbij komen ook nog een flink aantal mannen in burger. Soms vallen ze nogal op omdat ze marcheren of een kwartier lang strak voor zich uit kijken, maar waarschijnlijk waren er ook velen die we niet hebben herkend.

Dat alles zagen we dus nog voordat het 1 oktober was. China bestaat zestig jaar en dat is aanleiding voor een heel bijzonder feestje.

Een stad waar het leven zo ongeveer altijd doorgaat, het altijd druk is op de weg, winkels altijd open zijn, altijd smog hangt, werd voor een dag totaal veranderd.
De dagen ervoor was er flink wat bewolking en hing er wat smog in de stad. De nacht voorafgaande aan de optocht schijnt het leger enkele vliegtuigen een chemisch middel hebben laten uitstorten over de bewolking om regen op te wekken en de wolken 'leeg te laten regenen'. Die nacht regende het inderdaad en de volgende ochtend waren de wolken weggetrokken. We hoorden het van verschillende chinezen en ik las het later in een internationale krant (onbevestigd door de overheid uiteraard).

Het was wel tekenend hoe onze Chinese vriend Cheng het zei toen we met hem de woensdag doorbrachten: 'Je denkt toch niet dat het leger zal pikken dat de leiders hun parade niet kunnen zien door wat bewolking of regen?'

De totale vanzelfsprekendheid dat het leger het weer manipuleert voor een optocht! Ik weet niet wat me meer verbijstert: dat het (zeer waarschijnlijk) gebeurt of dat een jongen van onze leeftijd het volkomen logisch vindt dat het leger dit doet.

Op donderdag was er in ieder geval een strak blauwe hemel die we de week ervoor nog niet hadden gezien en daarvoor zijn we het Chinese volksbevrijdingsleger erg dankbaar.

De straten zelf waren uitgestorven toen we om 10.00 uur even buiten keken. Hoofdwegen waren afgezet, geen auto's alleen tientallen agenten en militairen en duizenden vrijwilligers met geel/rode kleding met het logo van de festiviteiten.
Er zat niets anders op dan teruggaan naar de tv waar alles live werd uitgezonden. Daar gaf het leger een indrukwekkende show. Veel materieel kwam langs, duizenden mannen (en nu ook vrouwen) marcheerden stram in het gelid en schreeuwden op hetzelfde moment de kreet 'wij dienen het volk'. Tussendoor zagen we beelden van enthousiast klappende en zwaaiende chinezen op het plein. (Geen burgers van Beijing, maar geselecteerde partijgetrouwen.)

Het gaf bij ons een mengeling van bewondering (toch knap dat alles zo exact synchroon loopt) en afkeer (het lijkt wel een machine).

Met enkele tientallen andere mensen keken we naar een groot scherm in het hostel. Westerse backpackers met een verbijsterde blik en chinezen toch vooral met een blik van bewondering en trots.

Uiteindelijk was het vooral de machine die overheerste. Alles liep perfect. Marcheren, zang, dans en als hoogtepunt duizenden mensen die met hun lichaam steeds wisselende teksten vormden. Bizar!
Het enige menselijke moment dat ik heb gezien, was de brede glimlach bij president Hu Jintao toen een regiment van kortgerokte vrouwelijke militairen voorbij kwam. Na zijn grijns ging er dan ook een luid gejuich op in ons hostel.......gelukkig hij is toch een mens!

Toen de ca. 100 straaljagers en helikopters een luchtshow hielden boven de stad, konden we daar buiten nog wat van meekrijgen, maar hoewel dat er groots uitzag, was het toch niet het indrukwekkendst.






Dat kwam pas tegen het einde van de parade. We liepen naar de weg omdat we wel wilden zien wat daar gaande was en we vielen met onze neus in de boter. De honderden tanks reden terug naar hun militaire bases en de route liep langs ons hostel.

On-ge-lo-fe-lijk!

Een uur lang reden de tanks langs en het voelde alsof we het neerslaan van de studentenprotesten in 1989 meemaakten. In dezelfde stad waar toen de tanks naar binnen reden en de studenten verjaagden reden ze nu eindeloos door de straten. Complete families stonden te kijken, foto's te maken, te klappen of gewoon te staren met open mond. Deze dag is er om imponeren en dat was zeker het geval.

Wat is Nederland dan toch een gemoedelijk land. En wat ga je vieringen zoals Koninginnedag of vijf mei dan waarderen: geen tanks op straat en gewoon feestende mensen.

De rest van de dag hebben we heerlijk gelezen, rondgelopen door bezet gebied Beijing (met op elk belangrijk kruispunt een tank, vele politie en enkele straten vol met legertrucks), en voor het laatst chinees gegeten. 's Avonds nog met open mond naar deel twee van de festiviteiten zitten kijken: vuurwerk en dansshows op het plein. De opening van de Olympische spelen was indrukwekkend maar deze viering ging daar weer overheen.



En tussendoor de tassen ingepakt voor de laatste trip.
Het zit erop. We hebben genoten van deze beide fascinerende landen, van het reizen, van de mensen die we hebben ontmoet, van de dingen die we hebben gedaan, alle ervaringen en nieuwe kennis, maar bovenal hebben we genoten van elkaar.

We zitten nu in het vliegtuig naar Londen en vandaar vliegen we naar Amsterdam. We hopen dat het huis er nog staat, dat we onze baan nog hebben, dat onze familie staat te wachten, dat we snel weer met onze vrienden kunnen afspreken, dat dominee Visser op zijn plek zal zijn in de Noorderkerk en zo hopen we nog vele dingen.
Maar ook al valt er iets tegen...........deze reis pakt niemand ons meer af!

Tot binnenkort.


woensdag 30 september 2009

Beijing: Een verboden stad



Als we ooit al vergeten waren dat China een dictatuur is, dan zijn we er deze week weer even hardhandig aan herinnerd.
Op zaterdagochtend vroeg kwam onze trein aan in Beijing, het station was weer eens gigantisch groot, de krioelende mensenmassa leek wederom een mierennest en de taxi naar het hostel was gelukkig opnieuw chinees goedkoop.
Tot zover ging alles naar wens, we hadden heerlijk geslapen in de trein en zouden die dag enkele plekken gaan bekijken. Een van de hoogtepunten van Beijing: de Verboden Stad, zouden we voor maandag of dinsdag bewaren.
Ons hostel lag op op loopafstand van het Plein van de Hemelse Vrede (het beruchte plein waar in 1989 de studentenopstanden plaatsvonden, die met veel geweld werden neergeslagen) en de Verboden Stad.

Al die voordelen sloegen om in een groot nadeel toen we 's ochtends te horen kregen dat ons hostel op maandag gesloten zou worden.....
De overheid had de dag ervoor besloten dat alle hotels, hostels en andere plekken waar vreemdelingen zouden kunnen zijn, moesten sluiten in de week van de grote militaire parade op 1 oktober. Het is een buurt met enkele tientallen hostels en de receptionisten waren druk aan het bellen om te proberen om alle gasten elders onderdak te bieden. De lokale bevolking zelf kreeg orders om tijdens de optochten binnen te blijven en de ramen te blinderen.

Een voorbeeld van de volledige willekeur van de overheid hier. Het is weliswaar niets ernstigs, er vallen geen doden en ik vermoed dat vrijwel iedereen een andere plek vond, maar stel je eens voor dat de overheid in NL of een andere democratie van de ene op de andere dag besluit dat een wijk/stad met 100.000 mensen enkele dagen een spookstad moest worden. Dat zou toch wel wat protest opleveren.
Vooral als het een maatregel is voor een optocht die ze al jaren hebben zien aankomen! (60 jr om precies te zijn)

Maar niet alleen de hostels zouden gesloten worden, ook het hele centrumgebied rondom het plein werd een no-go area gedurende de voorbereidingen.
Het centrum van Beijing werd letterlijk een verboden stad.

Op zaterdag hebben we dus direct als een gek alle bezienswaardigheden bekeken, die enkele dagen later onbereikbaar zouden zijn.

Een indrukwekkende stad: de keizers van het oude China en de keizers van de communistische partij China wisten en weten wel hoe ze moeten imponeren.
In korte tijd bezochten we: de Verboden Stad, het Plein van de Hemelse Vrede, De Hemelse Tempel en het omliggende park, een antiek/vlooienmarkt, de toeristenmarkten en we gingen naar de bioscoop voor een film over de stichting van de republiek China. Dat laatste was gewoon anderhalf uur propaganda en Mao-verheerlijking.
Hectisch programma maar erg leuk.
Nadeel is wel als je zoveel achter elkaar ziet je het op een bepaald moment minder gaat waarderen: alweer een mooie tempel, paleis, etc., het zal wel. Dan kunnen we gelukkig even bijkomen in de mooie parken van de stad.




Echt wakker worden we van het onderhandelen bij de toeristenmarkten. Daar zijn de prijzen zo opgedreven (vooral voor westerlingen zoals wij) dat we in de onderhandelingen beginnen op 10% van de vraagprijs en doorgaans uitkomen op een kwart of een derde. Veel geschreeuw en regelmatig weglopen, dat geeft weer wat leven in de brouwerij. Nadeel blijft dat je zelfs na tien minuten onderhandelen waarschijnlijk nog wordt opgelicht.

Op zondag gingen we naar een illegale huiskerk. Dat was de meest inspirerende en bijzondere kerkelijke samenkomst die we in China hebben meegemaakt.
Via via had ik een mailadres gehad. Ik legde onze bedoeling uit in een mailtje. We konden komen, maar via de mail wilde deze contactpersoon geen adres geven. We spraken af dat we in een taxi zouden stappen en dat ik hem zou bellen, de telefoon aan de taxichauffeur zou geven en hij dan aan hem het adres zou vertellen.
Dat was voor hem vrij safe want aangezien de taxichauffeur geen Engels spreekt en wij geen chinees kon hij ons toch niet het adres vertellen.

De bijeenkomst zou eerst om 14.00 uur zijn, maar toen ik hem de zaterdag ervoor belde, zei hij dat het tijdstip plotseling was veranderd. De overheid had namelijk enkele dagen ervoor (donderdag geloof ik) besloten dat de zondag een werkdag zou worden. Dat kwam beter uit ivm de vakantie rondom de nationale feestdag. Dus alle afspraken (in heel China) moesten verzet worden en iedereen kon aan het werk.

De taxichauffeur zette ons ergens af. Daar belde ik de contactpersoon weer en op het afgesproken punt werden we opgehaald en meegenomen naar het gebouw waar de samenkomst plaatsvond.
Het bleek zijn huiskamer te zijn en daar zaten ongeveer dertig mensen voor een samenkomst.
De dienst was een combinatie tussen een reguliere dienst en een soort bijbelkring. Dat wil zeggen: we zongen enkele liederen, er werd gebeden, er was een preek en daarna gingen we in groepjes uiteen om te discussiëren en door te praten waarbij de voorganger steeds nieuwe gespreksvragen opwierp. De dienst was uiteraard in het chinees, maar gelukkig kregen wij iemand naast ons die een en ander vertaalde.

De betrokkenheid en het diepbeleefde geloof vonden we beiden erg indrukwekkend. In Nederland zijn veel kerken vooral bezig zichzelf in stand te houden, ruzies te maken of op te splitsen (als ik een beetje chargeer). In China zal het ongetwijfeld ook allemaal niet rozengeur en maneschijn zijn, maar tijdens deze avond was het thema wel heel anders: hoe kunnen we meer mensen bekend maken met het christelijk geloof, hoe kunnen wij evangeliseren.
Tijdens de dienst en de discussie werd heel praktisch besproken hoe je in gesprek komt over jouw christelijk geloof met mensen die je ontmoet. Hoewel deze kerk dus geen gebouw heeft, problemen heeft met de overheid vanwege registratie, ze gebrek hebben aan veel basismateriaal, was dat geen onderwerp. Het ging alleen maar over hoe ze het evangelie kunnen verspreiden.

En dat in een land waar het juist soms lastig is om dat te doen.

Nu gaven ze zelf aan dat de situatie de laatste twintig jaar wel veel beter is geworden. Drie Zelf kerken worden vrij toegestaan, overheidscontrole is er inhoudelijk (vrijwel) niet, de gewone Bijbeluitgave is vrij te koop (niet alle uitgaven, bijvoorbeeld geen studie-Bijbels of engels-chinese parallel-Bijbels) en de acceptatie voor christenen groeit (als ik het goed begrepen heb, mag je als christen nu zelfs lid zijn van de partij, was tot voorkort ondenkbaar omdat je een andere ideologie aanhing).

Tegelijkertijd blijft er wel huiver onder de overheid voor uitbreiding van het christelijk geloof en evangelisatie. Dat gebeurt daarom vooral via de thuiskerken (die ook een veel hechtere gemeenschap bieden omdat ze klein zijn). Als thuiskerken erg groot worden, dan vragen ze vaak een registratie aan en dan worden ze een officiële drie-zelf kerk. Alle leden worden dan geregistreerd en theologisch moeten ze de lijn van de drie-zelf kerk volgen. Dat laatste is nu dus niet echt meer een opgave omdat er meer mogelijk is.

Het was fascinerend om te zien en te horen.
Voor meer info zie de artikelen van Bas Plaisier over China: http://www.nd.nl/artikelen/2009/juli/16/wisselende-beelden

Op maandagochtend wisselden we van hostel vanwege de feestdag en we bezochten nog wat bezienswaardigheden. 's Middags een lunch met enkele jonge mensen die we zondag in de kerk hadden ontmoet en 's avonds gegeten met een oude studievriend die nu als expat in Beijing werkt. We aten in een noedel bar, waar de noedels voor je ogen worden 'getrokken'.



Leuke dagen, maar ondertussen zijn we ook wel met ons hoofd in Nederland en zijn we al heel wat dingen aan het regelen voor volgende week wanneer het 'gewone' leven weer begint. Goed en gek gevoel, maar we hebben ook daar weer zin in.

Nog even afwachten of we de nationale feestdag overleven en dan vliegen we op vrijdag terug.
Tot snel!

-----------------------------

Voor wie het weten wil:

We vliegen van Beijing eerst naar Londen Daar vertrekken we 's avonds met een vlucht van British Airways, van Heathrow.
BA 0442 vertrekt 06.00 Britse tijd en landt om 08.15 Nederlandse tijd op Schiphol

maandag 28 september 2009

Het achtste wereldwonder

Via een lokale Chinese luchtvaartmaatschappij kwamen we aan bij de stad die honderden jaren de hoofdstad van keizerlijk China was. Dan heb ik het niet over Beijing, maar Xi'an. Tot ongeveer de 15e eeuw was deze stad het kloppend hart van het machtige chinese rijk en daarmee het beginpunt van de beroemde zijderoute die de enige verbinding vormde tussen Europa en China. De enorme rijkdom en macht van de keizers die toen over China heersten, toont zich nog altijd in de zaken die ze hebben nagelaten: hun graven of mausolea.

De meest bekende hiervan is wel het terracotta-leger. En hoewel de chinezen alles 'de grootste', 'de mooiste', 'de langste' of de beste noemen, hadden ze deze keer wel een punt toen ze dit leger het achtste wereldwonder noemde.
Een van de eerste keizers van China wilde zijn leger en macht graag meenemen na zijn dood en nog tijdens zijn leven liet hij een enorm leger maken van terracotta dat samen met hem begraven werd.
Duizenden en duizenden beelden waren nog te zien in de oorspronkelijke opgravingspitten. Hoewel nog niet eens de helft is uitgegraven, was het nu al een indrukwekkend gezicht. Naar schatting 700.000 mensen werkten mee aan de bouw van dit graf (vele kwamen om) en het moet tientallen jaren geduurd hebben.




We bezochten dit leger op vrijdagochtend. Zoals overal in China werden we weer verschillende keren bijna platgedrukt door een horde chinezen die massaal achter een man of vrouw met vlag aanrenden. Ook maakten we China weer op zijn best mee op voordringgebied. Zoals enkele chinezen ons eens uitlegden, hebben ze hier nooit echt geleerd om in een rij te staan. Altijd dringen en zorgen dat je als eerste een plek hebt, je weet immers maar nooit of er genoeg plek is of -zoals in het geval van de trein- dat jouw zitplaats ook al aan een ander is verkocht.

Toen we een bus in moesten wringen, werd het Lydia even te veel. Als een volleerde schooljuffrouw begon ze standjes uit te delen - in het nederlands - 'jongens, zo schiet het toch niet op', 'laten we nou even op elkaar wachten', 'hee, rustig aan jij!'. Hoewel het met wat meer stemverheffing ging dan ik hier kan weergeven, had het weinig effect en uiteindelijk vochten we maar mee om een plek te krijgen. Tot zover de beschavingsmissie in China: kansloos.



Het terracotta leger was veruit het indrukwekkendste wat we zagen in Xi'an, maar de stad zelf had ook veel te bieden.
We sliepen in het beste hostel dat we tot nu toe tegenkwamen in China: gezellig, goede kamers, schoon, goed eten en veel vermaak.
Het hostel lag direct naast de oude stadsmuur van de middeleeuwse stad. Dat was een atractie op zichzelf. Xi'an is een van de weinige plekken waar de complete stadsmuur nog staat (of is herbouwd). De muur omringt een gebied dat zeker twee keer zo groot is als de grachtengordel van Amsterdam. De muur is zo breed dat er twee vrachtwagens langs elkaar overheen kunnen rijden en met een hoogte van twaalt meter zit je lekker boven de stedelijke drukte.
Maar het allerleukste was wel dat je over de muur kunt fietsen. In ruim een uur fietsen kan je de hele oude stad rondtrappen. Een gave ervaring al was de zadelpijn minder fijn.

In Xi'an zelf waren nog enkele oude gebouwen te zien en we verbaasden ons hier opnieuw over het enorme aanbod in de winkelstraten van de chinese steden. (Dan is Amsterdam op winkelgebied echt een dorp.) De stad heeft zich sinds de middeleeuwse tijden flink doorontwikkeld en de mix van oudheden, communisme en kapitalistische nieuwbouw maakt het tot een echte chinese stad in ontwikkeling.

Deze interesante en rustige dagen in Xi'an city waren echter vooraf gegaan aan een flinke inspanning. Toen we op maandagnacht aankwamen, bleven we namelijk maar een nacht in Xi'an. Toen we wakker werden, borgen ze onze backpacks op in de opslagruimte van het hostel en gingen we op weg naar Huan Shan, een heilige taoistische berg nabij Xi'an die de moeite van het beklimmen waard was. Na een zware tocht kwamen we in de loop van de avond uitgeput aan op de top van de berg. Daar boekten we een kamer in het slechtste hostel dat we ooit hebben gezien. Het was niet alleen belachelijk duur, maar voor dat geld kregen we een matras van 2mm, een kamer met totaal tien mensen en het fijnste was dat het beddengoed waarschijnlijk al een paar maanden meeging zonder wasbeurt. Heerlijk!

Op de berg was het 's nachts flink koud en daarom was het wel prettig dat we maar besloten hadden om met onze kleren aan te slapen. 's Ochtends om half zes ging de wekker en met een slaperig hoofd klommen we de berg op om de zonsopgang te bekijken. Het schitterende uitzicht deed ons alle ontberingen vergeten. Erg mooi! (al was het zoals altijd jammer dat er 50 chinezen om ons heenstonden, in dit land ben je nooit alleen!)

Die ochtend deden we de rest van de wandeling en beklommen nog enkele toppen voordat we rond 13.00 uur weer afdaalden naar beneden (met de kabelbaan, wel zo makkelijk).
Terug bij het hostel konden we de kleding weer van ons lichaam schrapen en stapten we na 48 uur zweten onder de lekkerste douche in tijden!

Na een mooi bezoek aan Xi'an (of zoals backpackers het zeggen: 'we hebben Xi'an gedaan'), zitten we nu op het station te wachten op de nachttrein naar Beijing. Het Chinese geschreeuw van de omroepdame begint al te wennen, de voortdurende chaos en zelfs het gestaar van de chinezen. Wat echter wel een vreemde sfeer geeft, zijn de vele veiligheidsmaatregelen: drie controlepoortjes voordat we bij de trein zijn, politiemannen met wapens die je alleen in rambo films ziet, en waakhonden die klaar stonden om onze strot af te bijten. Welkom bij de feestelijkheden voor het zestig jarige bestaan van de Volksrepubliek China! Overal op straat de rode vlaggen en bewakers was al even wennen, maar onderweg is het nog wel wat ernstiger.

We waren in Indonesie ook tijdens de nationale feestdag en dat was echt een gezellige feestelijke dag, In China is de sfeer vooral dreigend. We zijn benieuwd hoe de dag zelf zal zijn. We gaan het meemaken, vanaf zaterdagochtend 07.30 zijn we in het hart van dit land en daarmee het hart van de vieringen: Beijing.

vrijdag 25 september 2009

Een pittig stadje

Een loopbrug die verdween in de mist, dat is hoe Chongqing, de
grootste stad ter wereld zich aanvankelijk aan ons toonde. Toen ons
cruiseschip zaterdagnacht aankwam in deze miljoenenstad lagen wij nog
heerlijk te slapen op de superdikke matrassen. 's Ochtends keken we
enthousiast uit de patrijspoorten, maar een dikke witte mist maakte
elk uitzicht onmogelijk.
We liepen van de loopbrug richting de witte massa en langzaam doemde
de stad op. Op weg naar ons hostel zagen we de hoge kantoorgebouwen
met Chinese en westerse namen, maar de bovenste verdiepingen verdwenen
in de mist. De weg waar we op reden was weliswaar een gebruikelijke
Chinese zesbaans snelweg, maar op dat moment zagen we er niets van
omdat we zelfs de rand van de weg nauwelijks konden onderscheiden.

'Hopelijk trekt de mist weg', zeiden we tegen de dame in het hostel,
'dan zien we tenminste wat.' Ze keek ons verbaasd aan, 'but this
weather is great!'

In deze stad is het in de zomer maandenlang klam heet met temperaturen
die constant boven de 40 graden blijven, in de winter is het enkele
maanden ijzig koud. Dus weersomstandigheden met een ondoordringbare
mist waardoor je net vijftig meter kon zien en een temperatuur van 25
graden zijn voor de lokale bewoners het toppunt van genot.
Als je dergelijke verhalen hoort dan denk je: wat zeuren we in
Nederland toch altijd over het weer.

De stad staat bekend om haar skyline. Die moet je dan niet overdag
bekijken (dan zie je immers niets door de mist) maar 's avonds. De
stad is gelegen op het punt waar twee rivieren samenkomen en zodra het
donker wordt, toont de stad zich vanaf de kustlijn in al haar glorie.
Felgroen, blauw, rood, geel en alles wat er tussenin zit, licht de
gebouwen op of knippert op de reclameborden. Op de rivier varen de
schepen met meer verlichting dan een kerstboom in Amsterdam-Noord en
dit hele circus wordt afgemaakt door de straatverlichting die ook al
van kleur wisselt. Chinezen laten zich hun skyline niet afnemen door
een beetje mist, dat was duidelijk.

Met ongeveer 35 miljoen inwoners is Chongqiing, naar eigen zeggen, de
grootste stad ter wereld. Of dat helemaal klopt is de vraag, maar het
was zeker een gigantische stedelijke massa. Toen we op maandag de stad
uit reden voor een dagtrip, duurde het ruim een uur voordat we uit het
deel met de flats en hoge kantoorgebouwen waren en daarna zijn we de
rest van de rit de bebouwde kom nauwelijks uitgekomen, voordat we bij
de bestemming waren. Waarlijk een pittig stadje!

Bizar eigenlijk dat we in een stad lopen met meer inwoners dan de
meeste landen ter wereld (en zeker meer dan Nederland) en dat deze
stad totaal onbekend is. Ik denk dat je op straat in Nederland alleen
maar een verbaasde blik krijgt als je vraagt of iemand Chongqing kent.
Wij kenden de stad tot enkele weken geleden ook niet, dat is toch het
leuke aan reizen.

In China zelf is deze stad om meerdere redenen bekend: de lokale
keuken met zijn befaamde pittige hotpot, de rol van de stad in de
nationale geschiedenis als vluchtplaats voor de regering toen de
Japanners de hoofdstad veroverden, het is een stad waar miljarden in
worden geinvesteerd omdat de overheid het binnenland wil ontwikkelen
en deze stad wordt door politieke leiders op de voet gevolgd omdat ze
hier experimenteren met hervormingen van het lokale bestuur.

In China is er - zoals bekend - geen democratie. De staat en vooral de
partij beslist alles. In enkele plekken experimenteren ze nu wel met
democratie op dorps- of stadsniveau (kleine steden of stadsdelen),
maar dat wordt nog niet echt breed opgepakt. Succesvoller is een
methode die ze in Chonqing uitproberen. Elk nieuw plan wordt aan een
inspraakronde onderworpen en de lokale overheid luistert naar wat de
mensen daar te melden hebben over zaken als de prijzen van het
openbaar vervoer, de bouw van een nieuw gemeentehuis of een
kerncentrale, etc. Voor Chinese begrippen is het een revolutie. Het
combineert het voordeel voor de bevolking dat mensen echte (of
vermeende) inspraak hebben en het voordeel voor de partij is dat ze
niet een democratie hoeven toe te staan die de eenpartijstaat in
gevaar brengt.

Ik las hier in de afgelopen weken een boeiend boekje over van Mark
Leonard: 'Wat China denkt' (interessant reiscadeau van een vriendin).
En terwijl we in China rondreizen, wordt deze discussie weer even
actueel zo las ik in enkele chinese engelstalige kranten en de
internationale pers. In de afgelopen week was er een bijeenkomst van
de Chinese patijtop waar 'hervormingen' op de agenda stonden. De meest
opvallende conclusie was dat er eigenlijk op het gebied van democratie
en inspraak niets besloten is, terwijl dat wel de verwachting was. Het
is binnenskamers misschien hoog opgelopen tussen voor- en
tegenstanders van hervormingen, maar dat zullen we nooit weten. Het is
in ieder geval duidelijk dat China na 60 jaar communisme nog niet toe
is aan democratische hervormingen.

Maar terug naar Chonqing:

Op maandagochtend gingen we eerst naar de oude stad. Een mooi oud
stukje China, met huizen van honderden jaren oud en een tempel van
duizend jaar oud. Indrukwekkend om te zien, maar zoals bij veel
plaatsen in China moesten we het moois delen met duizenden chinezen
die ook de lokale oudheden kwamen bezichtigen. Grappige lokale
lekkernijen waren volop te koop, zo maakte iemand van een soort stroop
enome lolly's in de vorm van een draak, vis of ander dier. Dat zou in
Nederland ook wel lopen denk ik, de kinderen waren er hier in ieder
geval gek op (en als groot kind nam ik er zelf ook een).
In een rustig straatje vlak achter de tempel kwamen we de religieuze
diversiteit van China tegen. De boedhistische tempel was weliswaar het
meest opvallend, maar in die straat vonden we ook nog een stuk of tien
waarzeggers en aan het einde van de straat een christelijk winkeltje
met alle soorten bijbelteksten op kleden genaaid. Ze verkochten er ook
andere christelijke hebbedingetjes en er lagen enkele bijbels. En al
die diversiteit in een straat van 50 meter lang.

's Middags gingen we de nieuwe stad in. Chongqing is al jarenlang een
enorme stad die jaarlijks met een half miljoen mensen groeit. De
laatste jaren wordt er enorm veel oveheidsgeld in deze stad gepompt om
dit deel van China sneller te ontwikkelen. Dat was te zien. Zo
ongeveer alles is of wordt gesloopt en er worden nieuwe wolkenkrabbers
voor in de plaats gezet.De lelijke oude communistisch bouw werd
afgewisseld met open ruimtes vol puin en nieuwe gebouwen met ondermeer
een van de meest luxe winkelstraten die we ooit hebben gezien.
Cartier, Armani, Max Mara, burberry, alle soorten Zwitserse horloges
en de Amerikaanse ketens Starbucks en de Subway waren er te vinden en
vooral die laatste twee deden ons hart sneller kloppen.
We namen een heerlijke kop koffie bij de Starbucks en aten een
geweldig bruin broodje bij de Subway. Geluk zit in de kleine dingen!
(zeker op reis)

Op het centrale stadsplein (waar de Starbucks over uitkeek) was
ondertussen een enorme mensenmassa bij elkaar gekomen. Op een groot
podium stond een chinees koor klaar dat een aantal patriotische
liederen ter gehore bracht. Dat ging gepaard met veel armbewegingen
die perfect synchroon werden uigevoerd. Echt een koor in de meest
communistische traditie, in Noord-Korea doen ze het vast niet beter.
Toen dit koor klaar was, ging het publiek uit zijn dak. Overal werd
met de chinese rode vlag gezwaaid terwijl het koor plaatsmaakte voor
.... nog een koor. En zo ging het maar door. We hebben een halfuur
staan kijken en er kwamen drie koren voorbij die allen hun kunsten
lieten zien en het was nog lang niet klaar. Erg bizar!

Het is allemaal een voorbereiding op de nationale feestdag van 1
oktober. In het straatbeeld verschijnen steeds meer vlaggen en
posters. De ambtenaren lopen met rode banden om hun arm en het aantal
militairen op belangrijke plekken neemt met de dag toe. Het is dit
jaar zestig jaar geleden dat Mao op 1 oktober de oprichting van de
Volksrepubliek China uitriep. Dat wordt gevierd met een militaire
parade in Beijing. Het leek me leuk om die te zien en dat kon in
theorie want we vliegen op 2 oktober terug. Helaas zijn de laatste
berichten dat er alleen partijleden welkom zijn met uitnodiging en dat
gewone chinezen en (potentieel gevaarlijke) buitenlanders zoals wij al
helemaal worden geweerd.

Dat zien we volgende week wel weer, nu zijn we nog aan het bijkomen
van Chongqing.

Op zondag sliepen we heerlijk uit en in de middag bezochten we voor
het eerst een Chineestalige kerkdienst. We konden de kerk niet vinden
en toen we na een lange zoektocht aankwamen, maakten we maar de helft
van de dienst mee. Daarmee hoefden we niet erg lang bij een totaal
onbegrijpelijke dienst te zitten, maar gelukkig kregen we wel een
indruk van deze kerk. Een enorm gebouw in het centrum van Chongqing:
zeven verdiepingen met zalen, een 'kerkwinkel' en bedrijven die
betrokken zijn bij de kerk en op de achtste verdieping is dan de
kerkzaal waar ca. 600 mensen in kunnen. Er zijn vier tot vijf diensten
per zondag en door de weeks nog enkele diensten (waaronder een
Engelstalige op donderdag).
Dit is weer een drie-zelf kerk die dus uiteindelijk onder toezicht
staat van de overheid. Maar na deze en andere ervaringen, hebben we
toch steeds meer de indruk dat deze kerken vrijer zijn dan
christelijk-Nederland over het algemeen hoort en leest. Al blijft
overheidstoezicht op religieuze instellingen wel vreemd aanvoelen. In
Beijing bezoeken we waarschijnlijk nog een illegale huiskerk en daarna
hopen we een defintief beeld te hebben.

Maandag gingen we naar Dazu county. Daar is een rotsgebied te vinden
waar de Boedhistische/Taoistische monikken ongeveer duizend jaar
geleden een aantal beelden in de rots hebben uitgehakt. Ondertussen is
het Unesco werelderfgoed en met recht: het was zeer indrukwekkend om
te zien. Onderweg ontmoette we enkele Nederlandse jongens die ons
vertelden over hun ervaringen in China. Veel geweldige dingen
meegemaakt, en ze waren behoorlijk avontuurlijk met het Chinese eten
(aten echt alles: de bekende verotte gezoute eieren, hond, koeienmaag
en de kippenpoten). Ze waren ook al flink ziek geweest. Was voor ons
duidelijk dat we dat voorbeeld niet per se hoefden na te volgen.

Toen we aan het einde van de dag terugkwamen, hadden we nog een
hoogtepunt voor de boeg.
Omdat de temperaturen zo extreem zijn, hebben ze Chongqing zeer heet,
pittig eten ontwikkeld (althans dat is de verklaring die ze zelf
geven).
Ze noemen het hotpot.

Werkelijk ongelofelijk zo pittig als dit is. Een pan met kokende olie
in het midden van de tafel (er staat een gasfles met brander onder de
tafel) en in die olie zitten tientallen pepers van de meest pittige
variant. Je krijgt rauw vlees en groenten die je zelf in de pittige
olie gaar kookt. Het is dan zeker gaar, maar toen ik enkele stukken
van die pittige gerechten had gegeten, voelde ik mijn mond bijna niet
meer: verdoofd door de pittigheid.

Gelukkig hadden we rijst en veel te drinken. Om ons heen zaten
chinezen te huilen vanwege de pittigheid van het eten. Zij hadden de
meest zware variant genomen, wij kozen laf voor de milde variant en
nog brandde het een dag na: wat een voedsel. Een pittig maal in een
pittige stad.

Het was de beste maaltijd die we in China hebben gegeten. Zoals het
eigenlijk is heel China is: genieten en toch weer vreemd.

's Avonds met China Eastern Airlines verder gevlogen naar Xi'an. De
staf van het Teracotta leger en de plaats waar we weer een berg
beklimmen.
En dan op vrijdag weer richting Beijing: eindpunt van onze reis.
We kijken uit naar de laatste week en hebben ook weer zin om terug te gaan.