'We hebben het uitgemaakt omdat de afstand te groot was. Elkaar een
keer per jaar zien, is te weinig', vertelt Jany terwijl ze wegkijkt om
niet te laten zien hoe erg het haar aangrijpt. Op donderdagmiddag
hebben we haar ontmoet en zaterdagochtend 09.00 uur zeiden we weer
gedag. In die korte tijd hebben we via haar wel een inkijkje gekregen
in de levens van arbeiders in China. Een groep van honderden miljoenen
mensen, waar zij als 27-jarige met haar baan bij een fabriek voor luxe
papieren tassen er een van is.
In de dagen voordat we China binnentrokken, viel mijn oog op enkele
artikelen uit de internationale media over China. The New York Times
schreef dat de economische groei van China niet alleen verbijsterend
hoog is in deze crisistijd (8%), maar ook dat het nu de eerste keer in
de geschiedenis is dat een recessie wereldwijd beindigd wordt de
groei van Azie en China in het bijzonder. Terwijl consumenten en
bedrijven in Amerika en Europa nog altijd de hand op de knip houden,
groeide de export vanuit deze regio's naar China met tientallen
procenten. In Business Week stond een artikel over het enorme
hogesnelheidsnet dat China aanlegt: kosten meer dan honderd miljard
dollar. In de VS is Obama ook bezig een hogesnelheidsnet op te
starten: investering van acht miljard dollar.
Een duidelijk bewijs voor de groeiende macht en invloed van China, het
land waar wij de komende vijf weken doorheen trekken.
Een van de grootste factoren van die (economische) macht is de enorme
bedrijvigheid die de laatste 25 jaar is losgekomen aan de kust van
China. Honderdduizenden bedrijven en bedrijfjes maken alles wat
denkbaar is. De stoel waar jij nu op zit, het computerscherm waar je
dit bericht op leest en waarschijnlijk ook de kleren aan je lichaam,
komen uit China. (zoek het label maar op)
Shenzhen was in 1980 nog een vissersdorp totdat de overheid besloot
dat deze regio een speciale economische zone werd. De
communistische/socialistische regels zouden niet meer gelden,
buitenlandse investeerders waren welkom, grond was (bijna) gratis voor
bedrijven en geld verdienen was het hoogste ideaal. Ondertussen is dit
slaperige vissersdorp uitgegroeid tot een stad met veertien miljoen
mensen en is deze provincie de rijkste van China. Het kan verkeren.
In deze stad zouden we Jany ontmoeten en zij vormde de bril waarmee we
een inkijkje kregen in de wondere wereld van booming China.
'When you come to Shenzhen, I can arrage everything', mailde Jany ons
enkele dagen van tevoren. Ze kon ons ophalen bij de grens, de fabriek
laten zien en eventueel nog andere dingen voor ons regelen.
Een vriend uit Harderwijk die veel zaken doet in China, had ons met
haar in contact gebracht. We wilden graag eens in een fabriek kijken
en daar horen en zien hoe BVChina eigenlijk werkt. Een fabriek kom je
echter niet zo maar binnen en we zijn dan ook erg blij met deze
superintroductie uit Harderwijk: alle deuren gingen voor ons open.
Nadat we op donderdagmiddag om 16.00 uur met de metro vertrokken uit
Hong Kong kwamen we om 17.00 aan bij het metrostation bij de grens met
Shenzhen. De uitgebreide grenscontrole duurde even en gaf wat
frustratie, maar na ruim een halfuur zagen we een breed lachende dame
staan wachten. Aangezien zij de enige engels-sprekende chinees in de
verre omtrek was, kon het niet missen: dit was mevrouw Jany.
Die dag deden we wat inkopen (de laptop waar ik dit bericht op
schrijf) en aten we met haar bij een lokaal restaurant. Daar
ontmoetten we ook de vrouw en 15-jarige zoon van de baas en de
chauffeur die ons rond zou rijden door Shenzhen met het fabrieksbusje.
Al deze mensen spraken geen woord engels. (de zoon dacht dat hij het
wel kon, maar na twee zinnen waren we er achter dat het bleef bij 'it
is very nice' en nog enkele algemeenheden: dat schoot niet op)
Ook in de winkels waar we binnenliepen sprak niemand engels! In het
hotel waren er een of twee mensen die een beetje engels konden, maar
op straat was er helemaal niemand. Het was duidelijk zonder Jany
kwamen we nergens hier.
De volgende dag haalde ze ons op voor het bezoek aan de fabriek.
Terwijl we rondreden in deze enorme stad met louter flats van twintig
of meer verdiepingen hoog, kwamen we in een gebied met wat laagbouw.
De flats waren hier maar vijf verdiepingen hoog en we zagen de was
buiten wapperen aan de lijnen op balkons.
'Waar blijft nu toch die industrie', zeiden we tegen elkaar, toen we
er al een minuut of tien in dit gebied rondreden.
Plotseling sloeg de auto af en reed zo'n terrein op.
Al die tijd bleken de gebouwen die wij voor flats hadden aangezien
fabrieksterreinen te zijn. De wapperende was hoorde weliswaar bij de
bewoners, maar de arbeiders in Shenzhen wonen dan ook bij de fabriek.
Daarmee is de hele stad een groot woon/werk gebied. De 'woonwijken'
waar we die ochtend doorheen waren gereden waren in werkelijkheid
industriewijken, de mensen wonen er alleen naast en tussenin!
In de fabriek waren ca. 60 mensen actief met het maken van papieren
tassen. Dat ging met een enorme snelheid en professionalitiet. Snelle
vingers vouwen en plakken de mooie tassen dicht en maken ze klaar voor
verscheping naar Europa en de VS.
In ene gebouw staat de fabriek en in het andere gebouw wonen de
arbeiders. Jany nam ons mee langs de eetzaal naar haar woning en
terwijl ze zat op het stapelbed en we luisterden naar haar muziek en
de weinige persoonlijke bezittingen bewonderden, vertelde ze
enthousiast over haar leven.
'In Shenzhen woon ik nog maar een paar jaar, ik ben geboren in de
provincie Hubei en in een dorp vlakbij de stad Wuhan', legde ze uit.
In dit dorp op tweeduizend kilometer afstand van Shenzhen wonen nog
steeds haar ouders van in de zestig.
'Er is daar geen werk te vinden en mijn ouders hebben een kleine
boerderij waar ze zelf net van kunnen leven. Daarom ben ik naar
Shenzhen gegaan om werk te vinden.'
Ze vertelt het met zichtbare trots en terecht want ze heeft als meisje
of vrouw van een jaar of twintig toen de stap gezet om alleen een
beter leven te zoeken in een stad waar ze niemand kende, duizenden
kilometers van huis. En ze is erin geslaagd. 'Het was een avontuur',
zei ze zelf.
In haar thuisprovincie had ze al gewerkt als lerares chinees op een
middelbare school, maar ondertussen bereidde ze zich voor op de grote
stap. Ze volgde opleidingen engels en deed een soort business school.
'Toen ik naar Shenzhen ging had ik snel een baan. Er is hier veel werk
en ik begrijp engels, dat is een groot voordeel.'
Nu werkt ze al enkele jaren bij deze fabriek en daar vervult ze een
spilpositie. Als enige engelssprekende werkneemster in een fabriek die
alleen werkt voor buitenlandse (en dus engelssprekende) klanten,
beheert ze alle orders en helpt bij het duidelijk maken van de wensen
van de klanten aan de ontwerpers.
Haar economische successtory heeft echter ook schaduwkanten. Haar
vriend kwam ook uit Hubei. Ook hij zocht een economisch beter leven,
maar hij vond een baan in een andere regio: ook duizenden kilometers
ver weg, maar wel de andere kant op.
'Vorig jaar zijn we uit elkaar gegaan. Het ging niet meer omdat de
afstand te groot was. Als je elkaar maar een of twee keer per jaar
ziet is dat te weinig.'
Ze vertelt het met een treurig gezicht dat ze voor ons probeert te
verbergen. Maar tegelijkertijd is ze enkele seconden later weer
monter, vrolijk en vol energie. Voor we het weten vertelt ze weer over
haar vakanties. Een luxe die nu voor haar een week per jaar mogelijk
is (de enige andere vrije week gaat ze naar haar ouderlijk huis).
De breuk met haar geliefde is achter de rug en het leven gaat door;
het hoort erbij
En zo is het hier ook, want hoe tragisch en bijzonder het voor ons
klinkt, hier is het niets bijzonders. Elke werknemer hier komt uit een
andere regio. Het zijn vrijwel allemaal boerenzonen en dochters die op
zoek gingen naar een beter leven en dat vonden in deze fabriekstad.
Hier hebben ze werk, kunnen ze sparen en maken ze iets van hun leven.
En uiteindelijk houden ze hun droom over thuis,hun eigen provincie,
hun ouders die ze willen verzorgen en eventueel de kinderen die ze
terug willen zien.
Want al die mensen die wonen bij de fabriek, wonen daar niet echt. Hun
huis en vaak hun kinderen en ouders zijn nog in de thuisprovincie.
Vader en moeder (soms een van beide) zijn erop uit om te werken,
doordat de afstanden zo groot zijn komen ze maar een of twee keer per
jaar thuis.
Dit alles omdat ze dromen van een beter leven.
In Shenzhen hebben ze alleen de zondag vrij en op die dag gaan ze erop
uit om ontspanning, rust of bezinning te zoeken. Ik noem dat laatste
woord bewust omdat er middenin de industriegebieden niet alleen een
chinese tempel stond, maar we ook een kerk tegenkwamen. Verder niet
geweest en ik kan er niets over melden, maar wel opvallend.
Voor ons lijkt het leven dat deze arbeiders hebben misschien niet
best, voor hen is het de 'chinese droom' : van boerenjongen tot
miljonair.
Als we kijken naar deze enorme stad en de werklust en wilskracht van
de mensen dan lijkt het ons onmogelijk dat Europa/Nederland de race
met dit opkomende land de komende jaren gaat winnen. Wij maken ons
druk om AOW op 65 om werkuren en 2% salaris erbij, hier werken ze
twaalf uur per dag voor 200 euro zonder enige sociale zekerheid. Bij
ons duurt het jaren voor de Betuwelijn en de HSL er komen, hier
stampen ze momenteel een netwerk van duizenden kilometers voor de
snelste trein ter wereld uit de grond. Het is fascinerend en
benagstigend tegelijkertijd; is het een kans, uitdaging of bedreiging?
We gaan er de komende weken nog veel meer van zien.
PS aangezien het blog nu via een omweg komt, kunnen we geen foto's
meer plaatsen. Zodra we weer in het vrije westen zijn, plaats ik er
een paar.
maandag 31 augustus 2009
vrijheid van meningsuiting
China is een dictatuur. Zoveel is mij in het afgelopen halfuur wel
duidelijk geworden. De chinese regering is bang voor alle slechte
berichtgeving over dit enorme land. Daarom zijn sommige internationale
nieuwssites en ook de netwerksite facebook geblokkeerd.
Dat is al erg genoeg.
Maar wat nog erger is, is dat ze ook mijn blog hebben geblokkeerd.
Lydia en ik vormen een grote dreiging voor het voortbestaan van de
Volksrepubliek China!
Maar serieus: ik merkte zojuist dat ik niet kan inloggen op www.blogger.com
Deze complete site is geblokkeerd.
Via een omweg komt dit blog toch tot jullie vanuit het land van de
censuur. Een bevriende VVD'er wilde als voorvechter van het vrije
woord wel het risico nemen dit blog te plaatsen.
Ik mail nu dus naar hem en hij plaatst het blog dan op internet.
Jasper bedankt!
Nu ik toch aan het bedanken ben. Zojuist had ik ook andere
internetproblemen. Niemand hier begreep het probleem of kon me helpen
(mijn chinees is nog niet erg goed). Via de telefoon ben ik
uiteindelijk vanuit Nederland geholpen en nu werkt alles weer perfect.
Daarvoor: Sander en vooral Joost bedankt!
Wat moet je zonder vrienden. Zeker in China.
duidelijk geworden. De chinese regering is bang voor alle slechte
berichtgeving over dit enorme land. Daarom zijn sommige internationale
nieuwssites en ook de netwerksite facebook geblokkeerd.
Dat is al erg genoeg.
Maar wat nog erger is, is dat ze ook mijn blog hebben geblokkeerd.
Lydia en ik vormen een grote dreiging voor het voortbestaan van de
Volksrepubliek China!
Maar serieus: ik merkte zojuist dat ik niet kan inloggen op www.blogger.com
Deze complete site is geblokkeerd.
Via een omweg komt dit blog toch tot jullie vanuit het land van de
censuur. Een bevriende VVD'er wilde als voorvechter van het vrije
woord wel het risico nemen dit blog te plaatsen.
Ik mail nu dus naar hem en hij plaatst het blog dan op internet.
Jasper bedankt!
Nu ik toch aan het bedanken ben. Zojuist had ik ook andere
internetproblemen. Niemand hier begreep het probleem of kon me helpen
(mijn chinees is nog niet erg goed). Via de telefoon ben ik
uiteindelijk vanuit Nederland geholpen en nu werkt alles weer perfect.
Daarvoor: Sander en vooral Joost bedankt!
Wat moet je zonder vrienden. Zeker in China.
donderdag 27 augustus 2009
met een geschenk uit Indonesie aangekomen in Kuala Lumpur en Hong Kong
Vanuit de jungle in Sumatra kwamen we terecht in de 'urban jungle' van twee van de grootste steden van Azie. Kuala Lumpur en Hong Kong.
Voor KL hadden we maar even de tijd omdat we op maandagochtend aankwamen en op dinsdagmiddag weer doorvlogen. In korte tijd waren we echter al direct onder de indruk van de gigantische verschillen.
KL is een georganiseerde stad. Dat kan gewoon in Azie!
Chauffeurs hoeven niet voortdurend op de claxon te drukken en het verkeer rijdt door. Dat was even wennen na de hectiek van stedelijk Indonesie.
De enorm mooie winkelcentra hebben ook veel indruk achtergelaten al hebben we nauwelijks wat gekocht. (nieuwe Birkenstocks voor Lydia, om de laatste weken door te komen. Ze hadden de laatste weken zo veel te verduren gehad dat de verkoopster dacht dat haar oude paar minimaal vier jaar oud was)
(We hebben nog van een kop koffie mogen genieten als traktatie van Marjan Moolenaar. Dank nog daarvoor!)
Wat in die korte tijd ook erg opviel is de enorme diversiteit aan mensen in deze wereldstad. Waar in Indonesie de kleding redelijk uniform was (zeker binnen een regio of stad) was de afwisseling hier enorm. Sexy geklede Chinese dames liepen naast islamitische dames met burqa of nikaab.
Als ik goed geïnformeerd ben, gaat het redelijk goed. De islamitische maleisiers hebben de politieke macht en de chinezen de economische macht. Er zijn wel wat spanningen en het is bijzonder moeilijk om afstand te doen van je groep. (bijvoorbeeld om als moslim een ander geloof aan te nemen) Maar los van deze soms heftige strubbelingen zijn er geen gewelddadigheden. (voor zover mij bekend)
Reden genoeg om eens terug te gaan en ons meer te verdiepen in deze stad en in dit land.
Op dinsdag vlogen we door naar Hong Kong. Wat een stad!
Een bruisende kolkende massa van mensen, auto's, metro's en alles wat nog meer beweegt. En het loopt als een trein.
Je moet het zien om het te kunnen bevatten, maar het is in ieder geval zeer de moeite waard om deze stad (met zijn indrukwekkende skyline) eens te bekijken.
Helaas hebben we niet alles kunnen doen wat we wilden, want temidden van al dit stedelijk geweld had de jungle van Indonesie een cadeau meegegeven.
Lydia en ik hebben beide flinke maagproblemen. We kunnen dus niet te ver van een wc vandaan gaan en dat is niet ideaal......
Deze ellende moesten we dus even uitzitten (letterlijk soms), maar vandaag gaan we verder naar Shenzhen. Dat is een van de grootste fabriekssteden ter wereld en daar gaan we een fabriek bezoeken om een eerste indruk te krijgen van de economische groei en macht van China.
U hoort van ons!
Voor KL hadden we maar even de tijd omdat we op maandagochtend aankwamen en op dinsdagmiddag weer doorvlogen. In korte tijd waren we echter al direct onder de indruk van de gigantische verschillen.
KL is een georganiseerde stad. Dat kan gewoon in Azie!
Chauffeurs hoeven niet voortdurend op de claxon te drukken en het verkeer rijdt door. Dat was even wennen na de hectiek van stedelijk Indonesie.
De enorm mooie winkelcentra hebben ook veel indruk achtergelaten al hebben we nauwelijks wat gekocht. (nieuwe Birkenstocks voor Lydia, om de laatste weken door te komen. Ze hadden de laatste weken zo veel te verduren gehad dat de verkoopster dacht dat haar oude paar minimaal vier jaar oud was)
(We hebben nog van een kop koffie mogen genieten als traktatie van Marjan Moolenaar. Dank nog daarvoor!)
Wat in die korte tijd ook erg opviel is de enorme diversiteit aan mensen in deze wereldstad. Waar in Indonesie de kleding redelijk uniform was (zeker binnen een regio of stad) was de afwisseling hier enorm. Sexy geklede Chinese dames liepen naast islamitische dames met burqa of nikaab.
Als ik goed geïnformeerd ben, gaat het redelijk goed. De islamitische maleisiers hebben de politieke macht en de chinezen de economische macht. Er zijn wel wat spanningen en het is bijzonder moeilijk om afstand te doen van je groep. (bijvoorbeeld om als moslim een ander geloof aan te nemen) Maar los van deze soms heftige strubbelingen zijn er geen gewelddadigheden. (voor zover mij bekend)
Reden genoeg om eens terug te gaan en ons meer te verdiepen in deze stad en in dit land.
Op dinsdag vlogen we door naar Hong Kong. Wat een stad!
Een bruisende kolkende massa van mensen, auto's, metro's en alles wat nog meer beweegt. En het loopt als een trein.
Je moet het zien om het te kunnen bevatten, maar het is in ieder geval zeer de moeite waard om deze stad (met zijn indrukwekkende skyline) eens te bekijken.
Helaas hebben we niet alles kunnen doen wat we wilden, want temidden van al dit stedelijk geweld had de jungle van Indonesie een cadeau meegegeven.
Lydia en ik hebben beide flinke maagproblemen. We kunnen dus niet te ver van een wc vandaan gaan en dat is niet ideaal......
Deze ellende moesten we dus even uitzitten (letterlijk soms), maar vandaag gaan we verder naar Shenzhen. Dat is een van de grootste fabriekssteden ter wereld en daar gaan we een fabriek bezoeken om een eerste indruk te krijgen van de economische groei en macht van China.
U hoort van ons!
maandag 24 augustus 2009
Dubbel gevoel: (waarschuwing: dit is een lang blog)
Schoonheid en lelijkheid, blijdschap en tragedie, opportunisme en
vriendelijkheid liggen vaak dicht bij elkaar. Zo ook in het oerang
oetang dorp, Butik Lawang.
Sinds ons bezoek daar zijn we officieel eco-toeristen. Afhankelijk van
wie je het vraagt zijn dat:
- rijke westerlingen die bij gebrek aan echte natuur thuis de halve
wereld rondvliegen (en ondertussen flink wat Co2 uitstoten) om 'de
woestheid' van de natuur te zien
- of het zijn natuurliefhebbers die door een andere manier van reizen
en vakantie vieren de vele natuurparken en de lokale bevolking
ondersteunen met hun bezoek (je betaalt immers fors entree). De
lokalo's hoeven dan geen bomen meer om te hakken omdat ze al geld
verdienen met het rondleiden van toeristen.
De waarheid zal wel ergens in het midden liggen. Het blijft echter een
dubbel gevoel om eco-toerist te zijn....
Door onze reisgids 'de lonely planet' waren we reeds van twee dingen
op de hoogte. De gidsen die zich enorm opdringen om je mee te nemen op een jungle-trek en het feit dat juist dit plekje op 2 november 2003 getroffen
werd door een overstroming waarbij honderden mensen om het leven
kwamen en het overgrote deel van het dorp werd verwoest (zie eventueel:
http://en.wikipedia.org/wiki/Bukit_Lawang)
Met deze informatie in de hand stapten we in Medan in de bus naar Bukit Lawang.
Terwijl we uitgeteld in de bus zaten te wachten tot de chauffeur
eindelijk eens ging rijden (altijd spannend in Indonesië) stapte de
eerste vriendelijke lokale medereiziger in.
Binnen enkele minuten had hij zich op een plek naast ons
gemanoeuvreerd en begon direct al zijn Nederlandse woordjes op ons los
te laten. Nu zat ik een boek gedoken (De goede Nazi, dagboek van een
Duitser die vlak voor WOII honderdduizenden Chinezen het leven redde
in Nanking) en word dan niet graag gestoord.
Uit goed fatsoen gaf ik nog antwoord ook en toen was ik bijna
reddeloos verloren. 'Do you already have a place to stay?' 'Do you
already have a guide?'
Het hoge woord was eruit, hij had nog wel een neef die alles voor ons
kon verzorgen. Nog voordat ik antwoord kon geven, had Lydia hem
effectief duidelijk gemaakt dat hij heel snel de andere kant van de
bus moest opzoeken...
We waren van hem af, dachten we.
Na enkele minuten reed de bus weg, maar voordat hij echt op gang was,
kwam er nog iemand binnen. Die sprak even met het heerschap dat net
weg was en vervolgens zocht hij ook ons op.
Nee we hebben al een hostel en ook een gids. O, ja wie dan?
Uiteindelijk droop ook hij af. (ook hier had Lydia een niet onbelangrijke rol, zo leer je elkaar wel kennen (-;...)
Tijdens deze drie-uur durende rit hebben we ongeveer vijf mensen gehad
die allemaal begonnen met de vraag 'where are you from?'
De laatste zag er nog het vriendelijkst uit, maar ook hem poeierden we
snel af toen hij aanbood ons de weg te wijzen naar the eco lodge.
'Helpers' hadden we al genoeg in die bus....
Aangekomen bij ons ho(s)tel besloten we daar ter plekke een 'trek' te boeken. De
lokale gids probeerde ons er nog van te overtuigen dat twee dagen echt
beter was, maar aangezien ik net ziek was geweest en Lydia niet zo'n
wandelaar is, werden we het snel eens dat een dag echt voldoende zou
zijn.
Op zaterdagochtend zou onze gids om negen uur klaar zijn. Die ochtend
kwam hij even voor negen uur snel op ons afgelopen terwijl we nog aan het ontbijt zaten. 'Willen jullie echt niet twee dagen?', vroeg hij.
De rest van de groep had besloten toch twee dagen te gaan ipv een (erg
schimmig die plotselinge beslissing).
We bleven bij die ene dag, maar voor we het wisten bleek dat hij dan
met de rest ging maar zijn 'broer' zou met ons op pad gaan.
En wie kwam daar uit de coulissen te voorschijn? Juist: die
vriendelijke jongen uit de bus die ons zo graag de weg wilde wijzen.
We waren belazerd, opgelicht en in de maling genomen.
Wat te doen? We hadden al betaald en de rest van de gidsen vertrokken ook al, een dag wachten leek ook niet ideaal en geld terugvragen is hier nogal een 'uitdaging'.
Onder protest gingen we mee.
Ondanks alle voorzorgsmaatregelen waren we er toch ingetrapt als de
eerste de beste toerist. Het is alsof je ondanks alle waarschuwingen
toch paling op de boulevard van Harderwijk koopt. Je weet dat het
niets is en dat je opgelicht wordt, maar ja het ziet er zo gezellig
uit daar en het is zo ver lopen naar die andere viswinkels.....
Uiteindelijk viel het reuze mee. Ik zou hier ook een schitterend
verhaal kunnen ophangen over de oerang oetangs die we zagen (moeder
met kind) de groep apen die ons gezelschap hield tijdens de lunch in
de jungle of de (naar het schijnt zeldzame) white hand gibbon die we
zagen.
Dat positieve verhaal is er namelijk ook. En dat is ook het
dubbele. Ondanks dat we ' erin gerommeld werden', hadden we een
schitterende tocht door de jungle.

id="BLOG_video-7f6c4d3b4a48d8ad" class="BLOG_video_class" contentid="7f6c4d3b4a48d8ad" height="266" width="320">
Het dubbele in dit dorp is natuurlijk ook dat je er heen gaat om die
beesten in het wild te zien en om de wilde ongerepte jungle te
bekijken, maar doordat je gaat is het niet meer zo wild.
Op vrijdag gingen we naar de voederplek van het apen
rehabilitatiecentrum (waar huisdier-apen weer in het wild worden
gebracht) Uiteindelijk zagen we daar een moeder aap met haar kindje
die melk kreeg gevoerd. Met een groep van 15 toeristen stonden we
rondom deze aap 'te genieten'. Wat een totale nep!
Alles dat nog een beetje natuurlijk leek, veranderde voor mij op dat
moment in een circus.
Temeer als je beseft dat je bij het aanvragen van de vergunning om het
park in te gaan en boekje krijgt met waarschuwing: blijf op 7 tot 10
(!) meter afstand van de apen. Mensen en dieren kunnen ziektes op elkaar
overbrengen die voor beide erg gevaarlijk kunnen zijn.
Zoals op de foto te zien is, was die waarschuwing erg relatief. Die aap is nu vast verkouden.
Zo maak je een dierentuin van een enorm natuurpark. En zo maak je ook
door er te komen de lokale bevolking afhankelijk van toerisme.
Maar de andere kant van de medaille is dat je door er te komen je dit
park helpt (een groot deel van het salaris van de 'rangers' wordt
betaald door het toerisme) En de mensen in het dorp zouden zonder die
toeristen onnoemelijk veel armer zijn en vermoedelijk veel meer hout
kappen als ze niet zouden leven van het feit dat de jungle de toeristen trekt.
En als je langer gaat trekken dan een of twee dagen dan kom je echt in
gebieden waar nauwelijks mensen komen en waar je dus echt de 'natuur'
ingaat.
Maar dubbel is het wel natuurlijk.
Het laatste dubbele gevoel betreft die overstroming in 2003. Wat een
leed hebben die mensen toen doorgemaakt. Het dorp is rondom de rivier
gebouwd. Zeker in die tijd woonde het merendeel van de mensen op
laaggelegen grond, de plek waar ook de meeste hostels waren.
Op een avond stond het water erg hoog en kwam er een waarschuwing dat
men naar hoger gelegen gebied moest gaan. Maar ach, die waarschuwing
kwam vaker en de stroom deed het ook nog gewoon...
Uiteindelijk werden de dorpelingen zich er toch van bewust dat het nu
echt link werd en trokken naar de hoger gelegen delen van het dorp.
Toen vrouwen, kinderen en ouderen daar in veiligheid waren, gingen de
mannen terug om de zaken van waarde te halen.
Op dat moment klonk het alsof 'er tien helikopters langsvlogen' en
voor ze het wisten werden ruim tweehonderd mannen verzwolgen door het
water. De mannen die niet verdronken werden later gedood toen de
hoogspanningsmast omviel door de waterdruk. (dit was een van de zeldzame keren dat de stroom niet uitviel bij een storm)
Een gruwelijk drama.
In de periode daarna kwam de hulp op gang. Dat ging op een bijna wrede
manier. De lichamen werden niet geborgen, maar er werd snel cement
gestort over de rampplek.
Er werd een tentenkamp opgezet voor de getraumatiseerde overlevenden.
Twee jaar later woonde het merendeel daar nog!
Hoewel de overheid geld uit het buitenland had gehad, was er op een
vreemde manier niets aangekomen in Butik Lawang.
Plotseling werden er jaren later in korte tijd een serie pre-fab woningen
neergezet. Het bleek dat de geldschieters een tweede gift wilden doen,
maar eerst wilden zien waaraan het eerste deel was uitgegeven.
Pas toen werd er gebouwd. (woningen zonder douche en wc) en dat tweede
deel werd snel geincasseerd en is wederom verdwenen.
Logischerwijs is het dorp nog altijd vol van deze ramp. Een groot deel
van de bevolking ging verloren. Overal zijn foto's en als je
rondvraagt heeft iedereen een verhaal te vertellen en velen hebben geliefden verloren.
Temidden van al die ellende was er ook iets schitterends dat we
tegenkwamen tijdens ons bezoek aan Butik. Dat bedoelde ik aan het
begin met blijdschap en tragedie.
Nadat de weeskinderen van Butik Lawang een tijdlang aan hun lot waren
overgelaten (sommigen verloren werkelijk iedereen), heeft de
Nederlandse Saskia Landman samen met haar Indonesische man Sugianto
een weeshuis voor kinderen opgezet.
Op een plek waar de overheid en hulporganisaties de zorg die nodig is niet aankunnen of
simpelweg niet willen verstrekken, hebben
zij met eigen geld een weeshuis gebouwd.

vriendelijkheid liggen vaak dicht bij elkaar. Zo ook in het oerang
oetang dorp, Butik Lawang.
Sinds ons bezoek daar zijn we officieel eco-toeristen. Afhankelijk van
wie je het vraagt zijn dat:
- rijke westerlingen die bij gebrek aan echte natuur thuis de halve
wereld rondvliegen (en ondertussen flink wat Co2 uitstoten) om 'de
woestheid' van de natuur te zien
- of het zijn natuurliefhebbers die door een andere manier van reizen
en vakantie vieren de vele natuurparken en de lokale bevolking
ondersteunen met hun bezoek (je betaalt immers fors entree). De
lokalo's hoeven dan geen bomen meer om te hakken omdat ze al geld
verdienen met het rondleiden van toeristen.
De waarheid zal wel ergens in het midden liggen. Het blijft echter een
dubbel gevoel om eco-toerist te zijn....
Door onze reisgids 'de lonely planet' waren we reeds van twee dingen
op de hoogte. De gidsen die zich enorm opdringen om je mee te nemen op een jungle-trek en het feit dat juist dit plekje op 2 november 2003 getroffen
werd door een overstroming waarbij honderden mensen om het leven
kwamen en het overgrote deel van het dorp werd verwoest (zie eventueel:
http://en.wikipedia.org/wiki/Bukit_Lawang)
Met deze informatie in de hand stapten we in Medan in de bus naar Bukit Lawang.
Terwijl we uitgeteld in de bus zaten te wachten tot de chauffeur
eindelijk eens ging rijden (altijd spannend in Indonesië) stapte de
eerste vriendelijke lokale medereiziger in.
Binnen enkele minuten had hij zich op een plek naast ons
gemanoeuvreerd en begon direct al zijn Nederlandse woordjes op ons los
te laten. Nu zat ik een boek gedoken (De goede Nazi, dagboek van een
Duitser die vlak voor WOII honderdduizenden Chinezen het leven redde
in Nanking) en word dan niet graag gestoord.
Uit goed fatsoen gaf ik nog antwoord ook en toen was ik bijna
reddeloos verloren. 'Do you already have a place to stay?' 'Do you
already have a guide?'
Het hoge woord was eruit, hij had nog wel een neef die alles voor ons
kon verzorgen. Nog voordat ik antwoord kon geven, had Lydia hem
effectief duidelijk gemaakt dat hij heel snel de andere kant van de
bus moest opzoeken...
We waren van hem af, dachten we.
Na enkele minuten reed de bus weg, maar voordat hij echt op gang was,
kwam er nog iemand binnen. Die sprak even met het heerschap dat net
weg was en vervolgens zocht hij ook ons op.
Nee we hebben al een hostel en ook een gids. O, ja wie dan?
Uiteindelijk droop ook hij af. (ook hier had Lydia een niet onbelangrijke rol, zo leer je elkaar wel kennen (-;...)
Tijdens deze drie-uur durende rit hebben we ongeveer vijf mensen gehad
die allemaal begonnen met de vraag 'where are you from?'
De laatste zag er nog het vriendelijkst uit, maar ook hem poeierden we
snel af toen hij aanbood ons de weg te wijzen naar the eco lodge.
'Helpers' hadden we al genoeg in die bus....
Aangekomen bij ons ho(s)tel besloten we daar ter plekke een 'trek' te boeken. De
lokale gids probeerde ons er nog van te overtuigen dat twee dagen echt
beter was, maar aangezien ik net ziek was geweest en Lydia niet zo'n
wandelaar is, werden we het snel eens dat een dag echt voldoende zou
zijn.
Op zaterdagochtend zou onze gids om negen uur klaar zijn. Die ochtend
kwam hij even voor negen uur snel op ons afgelopen terwijl we nog aan het ontbijt zaten. 'Willen jullie echt niet twee dagen?', vroeg hij.
De rest van de groep had besloten toch twee dagen te gaan ipv een (erg
schimmig die plotselinge beslissing).
We bleven bij die ene dag, maar voor we het wisten bleek dat hij dan
met de rest ging maar zijn 'broer' zou met ons op pad gaan.
En wie kwam daar uit de coulissen te voorschijn? Juist: die
vriendelijke jongen uit de bus die ons zo graag de weg wilde wijzen.
We waren belazerd, opgelicht en in de maling genomen.
Wat te doen? We hadden al betaald en de rest van de gidsen vertrokken ook al, een dag wachten leek ook niet ideaal en geld terugvragen is hier nogal een 'uitdaging'.
Onder protest gingen we mee.
Ondanks alle voorzorgsmaatregelen waren we er toch ingetrapt als de
eerste de beste toerist. Het is alsof je ondanks alle waarschuwingen
toch paling op de boulevard van Harderwijk koopt. Je weet dat het
niets is en dat je opgelicht wordt, maar ja het ziet er zo gezellig
uit daar en het is zo ver lopen naar die andere viswinkels.....
Uiteindelijk viel het reuze mee. Ik zou hier ook een schitterend
verhaal kunnen ophangen over de oerang oetangs die we zagen (moeder
met kind) de groep apen die ons gezelschap hield tijdens de lunch in
de jungle of de (naar het schijnt zeldzame) white hand gibbon die we
zagen.
Dat positieve verhaal is er namelijk ook. En dat is ook het
dubbele. Ondanks dat we ' erin gerommeld werden', hadden we een
schitterende tocht door de jungle.

id="BLOG_video-7f6c4d3b4a48d8ad" class="BLOG_video_class" contentid="7f6c4d3b4a48d8ad" height="266" width="320">
Het dubbele in dit dorp is natuurlijk ook dat je er heen gaat om die
beesten in het wild te zien en om de wilde ongerepte jungle te
bekijken, maar doordat je gaat is het niet meer zo wild.
Op vrijdag gingen we naar de voederplek van het apen
rehabilitatiecentrum (waar huisdier-apen weer in het wild worden
gebracht) Uiteindelijk zagen we daar een moeder aap met haar kindje
die melk kreeg gevoerd. Met een groep van 15 toeristen stonden we
rondom deze aap 'te genieten'. Wat een totale nep!
Alles dat nog een beetje natuurlijk leek, veranderde voor mij op dat
moment in een circus.
Temeer als je beseft dat je bij het aanvragen van de vergunning om het
park in te gaan en boekje krijgt met waarschuwing: blijf op 7 tot 10
(!) meter afstand van de apen. Mensen en dieren kunnen ziektes op elkaar
overbrengen die voor beide erg gevaarlijk kunnen zijn.
Zoals op de foto te zien is, was die waarschuwing erg relatief. Die aap is nu vast verkouden.
Zo maak je een dierentuin van een enorm natuurpark. En zo maak je ook
door er te komen de lokale bevolking afhankelijk van toerisme.
Maar de andere kant van de medaille is dat je door er te komen je dit
park helpt (een groot deel van het salaris van de 'rangers' wordt
betaald door het toerisme) En de mensen in het dorp zouden zonder die
toeristen onnoemelijk veel armer zijn en vermoedelijk veel meer hout
kappen als ze niet zouden leven van het feit dat de jungle de toeristen trekt.
En als je langer gaat trekken dan een of twee dagen dan kom je echt in
gebieden waar nauwelijks mensen komen en waar je dus echt de 'natuur'
ingaat.
Maar dubbel is het wel natuurlijk.
Het laatste dubbele gevoel betreft die overstroming in 2003. Wat een
leed hebben die mensen toen doorgemaakt. Het dorp is rondom de rivier
gebouwd. Zeker in die tijd woonde het merendeel van de mensen op
laaggelegen grond, de plek waar ook de meeste hostels waren.
Op een avond stond het water erg hoog en kwam er een waarschuwing dat
men naar hoger gelegen gebied moest gaan. Maar ach, die waarschuwing
kwam vaker en de stroom deed het ook nog gewoon...
Uiteindelijk werden de dorpelingen zich er toch van bewust dat het nu
echt link werd en trokken naar de hoger gelegen delen van het dorp.
Toen vrouwen, kinderen en ouderen daar in veiligheid waren, gingen de
mannen terug om de zaken van waarde te halen.
Op dat moment klonk het alsof 'er tien helikopters langsvlogen' en
voor ze het wisten werden ruim tweehonderd mannen verzwolgen door het
water. De mannen die niet verdronken werden later gedood toen de
hoogspanningsmast omviel door de waterdruk. (dit was een van de zeldzame keren dat de stroom niet uitviel bij een storm)
Een gruwelijk drama.
In de periode daarna kwam de hulp op gang. Dat ging op een bijna wrede
manier. De lichamen werden niet geborgen, maar er werd snel cement
gestort over de rampplek.
Er werd een tentenkamp opgezet voor de getraumatiseerde overlevenden.
Twee jaar later woonde het merendeel daar nog!
Hoewel de overheid geld uit het buitenland had gehad, was er op een
vreemde manier niets aangekomen in Butik Lawang.
Plotseling werden er jaren later in korte tijd een serie pre-fab woningen
neergezet. Het bleek dat de geldschieters een tweede gift wilden doen,
maar eerst wilden zien waaraan het eerste deel was uitgegeven.
Pas toen werd er gebouwd. (woningen zonder douche en wc) en dat tweede
deel werd snel geincasseerd en is wederom verdwenen.
Logischerwijs is het dorp nog altijd vol van deze ramp. Een groot deel
van de bevolking ging verloren. Overal zijn foto's en als je
rondvraagt heeft iedereen een verhaal te vertellen en velen hebben geliefden verloren.
Temidden van al die ellende was er ook iets schitterends dat we
tegenkwamen tijdens ons bezoek aan Butik. Dat bedoelde ik aan het
begin met blijdschap en tragedie.
Nadat de weeskinderen van Butik Lawang een tijdlang aan hun lot waren
overgelaten (sommigen verloren werkelijk iedereen), heeft de
Nederlandse Saskia Landman samen met haar Indonesische man Sugianto
een weeshuis voor kinderen opgezet.
Op een plek waar de overheid en hulporganisaties de zorg die nodig is niet aankunnen of
simpelweg niet willen verstrekken, hebben
zij met eigen geld een weeshuis gebouwd.

vrijdag 21 augustus 2009
Ziek, zwak en misselijk. Maar wel in een mooie omgeving!




Internet is gruwelijk slecht hier, dus ik houd het kort
Het Toba meer is werkelijk een schitterende omgeving om een paar dagen te zijn. Het is een vulkanisch meer en dat betekent dat het op plekken 450 meter diep is. Het water is dan ook heerlijk koel.
Vanuit het eiland waar we op zitten, kijken we op tegen de bergtoppen die omringd worden met wolken waar regelmatig een verkoelende regen uit valt. Deze dagen liggen we voor het eerst onder een deken. Ook wel weer eens lekker na de weken waarin het 's nachts niet koeler werd dan 20-25 graden.
De bevolking van deze eilanden houdt haar oude tradities nog volop in stand. (Dat vinden de toeristen immers erg leuk)

In ons hostel Bagus Bay was op de avond waarop we aankwamen al een zang- en dansgroep die leuke muziek wist te maken. (beter dan het gejengel op Java, daar ben je echt snel klaar mee) en op onafhankelijkheidsdag, maandag 17 augustus,zagen we de overblijfselen van de locale vorstenhuizen voorbij trekken en deden dansgroepen van de locale scholen hun best om de bokaal te winnen.

Er was zelfs een bokswedstrijd tussen de kampioenen van enkele scholen. Kom er eens om op koninginnedag, dat zou voor de tere Nederlandse feestvierders vast te veel worden.

De schoonheid van de omgeving en de vriendelijkheid van de mensen heeft echter niet geholpen voor de gezondheid. Vanaf dinsdag werd ik verkouden, kreeg hoofdpijn en spierpijn en vreesde even voor de Mexicaanse griep.

De lokale artsen gaven een serie medicijnen die je in Nederland op de intensive care nog niet zou krijgen en ik besloot het maar gewoon uit te zieken.
Met alle goede zorgen van Lydia en de medewerkers van Bagus Bay was ik op donderdag weer voldoende opgeknapt en we zijn doorgereisd naar Bukit Lawang.
Het was wederom een boeiende reis (11 uur lang, in zeven verschillende vervoermiddelen) maar we zijn goed aangekomen. Dit jungle plekje, dat bekend is vanwege het oerang oetang opvangcentrum hier. (van de locale Lenie het Hart, alleen zijn hier geen zeehonden)
Morgen (zaterdag) gaan we een tocht maken door de jungle. We zijn benieuwd!
zondag 16 augustus 2009
Palau Weh
alweer een tropisch eiland met witte stranden, zandpaden, diepblauw water, BBQ vis restaurantjes en schitterende duiklocaties....... wat hebben we het toch zwaar.
Dit eiland stond eigenlijk niet in onze oorspronkelijk reisplanning, maar planningen zijn er om aan te passen en toen bleek hoe leuk we het duiken op de Gili eilanden vonden was het besluit snel genomen om hier naartoe te gaan.
We duiken bij LumbaLumba dive. Een zeer professioneel duikcentrum met een stuk of tien 'divemasters' die de duikers begeleiden en eventueel les geven.
Ze zijn gevestigd aan een klein strand van 200 meter lang met daarachter hun bungalows en verderop aan het strand nog enkele restaurants en andere accomodatie.
Het duiken is hier werkelijk geweldig. De meeste duikers hier hebben minimaal 100 duiken gedaan over de hele wereld, maar over wat we hier zien zijn ze enorm enthousiast.
Felgekleurd koraal, duizenden vissen in alle soorten en maten, tonijn, haaien, gestippelde morey eels ( beesten die je met rust moet laten), leeuwvissen en nog veel meer.


Als je onder water bent, weet je net waar je moet kijken. Om ons heen waren enkele vissen aan het jagen op de kleinere vissen: en daar zwem je dan middenin!
In totaal hebben we vier duiken gemaakt en de derder was erg spectaculair. Ze hadden vooraf wel gezegd dat er stroming was, maar met onze zeven duiken dachten we wel dat we wat gewend waren.
Tegen het einde van de duik werden we ineens met een noodvaart vooruitgedrukt en sloegen bijna tegen de rotsen aan.
Dat was dus die stroming...
Het verraderlijke was dat enkele delen beschut waren en toen we daar wegzwommen de stroming ons ineens meenam.
Terwijl we ons met twee handen moesten vasthouden aan wat rotsen, deden we onze veiligheidsstop. Na elke duik moet je een aantal minuten om 5/6 meter blijven om te voorkomen dat er belletjes in je bloed komen door het drukverschil. Dat was deze keer een hele onderneming, maar wel erg gaaf om eens mee te maken.
Duiken gaan we in de toekomst zeker vaker doen, een compleet andere wereld: erg mooi.
Op vrijdagochtend deden we onze laatste duik en 's middags begon een reis van 24 uur lang naar een ander deel van Sumatra. Via de boot naar Banda Aceh, de nachtbus naar Medan (ze rijden hier echt als gekken, 100 km per uur op een kronkelweg waar auto's elkaar nauwelijks kunnen passeren: gelukkig hadden we meestal onze ogen dicht), toen met een taxi naar een ander busstation, daar op zoek naar een minibus naar Prapat dat ligt aan het Danau Tobameer, het grootste meer van Zuid-Oost Azie waar de boot vertrok naar het eiland in het meer waar we in het plaatsje TukTuk op zoek konden naar accomodatie.
Zo zie je nog eens wat van het land!
De diversiteit in Sumatra is veel groter dan op Java. Op Sumatra wonen 45 miljoen mensen terwijl het eiland 2.5 keer zo groot is als Java waar 114 miljoen mensen wonen. Op Java zie je vooral veel mensen, bebouwing, rijstvelden en nog eens mensen. Reizend over het eiland Sumatra zagen we onderweg uiteraard ook drukte en mensen (vooral nabij de steden), maar onderweg kwamen we ook door bijna uitgestorven gebieden waar wegen slingeren door de jungle of langs de kust.
De Javaanse cultuur verschilt niet erg tussen de verschillende gebieden van Java (is mijn indruk als leek) Op Sumatra daarentegen is de bouwstijl en het straatbeeld heel anders dan in Medan en totaal verschillend in vergelijking met het gebied van het Batak volk.
Dat volk woont middenin Sumatra en heeft daar van oudsher een eigen positie, cultuur, bestuursvorm en bouwstijl (met vooruitstekende puntdaken). De temperatuur is in dit gebied ook heel anders, omdat het in de bergen ligt is het hier ca. 10 graden koeler: heerlijk! (voor 's nachts)
Maar het meest opvallende aan dit volk: in de zee van overtuigde moslims in Sumatra heeft de koning van het Batakvolk enkele honderden jaren geleden gekozen voor het christendom en daarmee is dit gebied tot de dag van vandaag zeer christelijk.
(Beetje vergelijkbaar met de vroegmiddeleeuwse vorsten in Europa die voor hun volk kozen voor het christendom en zo direct een heel volk de kerk binnenbrachten. Uiteraard was het christendom toen al aanwezig en waren er al meer bekeerlingen, maar de keuze van de vorst haalde alle twijfelaars en tegenstanders over de streep)
Je ziet hier meer kerken dan op de Veluwe en op zondagochtend is het op straat zwart van de mensen die op weg zijn naar de kerk. Een totaal andere beleving dan Atjeh, maar beide interessant om mee te maken.
Na de uitputtende reis die vrijdagmiddag om 14.30 begon, kwamen we op zaterdag rond 14.00 uur aan op het eiland. Binnen een halfuur ploften we neer in het eerste verblijf waar plek was.
Dat bleek een toplocatie te zijn. Direct aan de rand van het meer hebben we onze ruime kamer met groot grasveld voor de deur. Een traditioneel Batakhuis dient als restaurant en internetcafe en dat alles voor een prijs waar we op Java nog geen hondenhok voor hadden.
Hier blijven we enkele dagen om alles te bekijken, te lezen, te zwemmen en om op maandag onafhankelijkheidsdag mee te vieren. (op 17 augustus riep Sukarno de onafhankelijk uit van de Nederlandse koloniale onderdrukkers en dat vieren we graag mee....)
Over enkele dagen ons volgende blog. Nu ga ik snel terug naar mijn boek.
dinsdag 11 augustus 2009
Atjeh
Nu we op een plek zijn aangekomen met beter internet, voeg ik nog even wat toe aan dit blog.
Op maandagochtend vlogen we naar Banda Aceh, de hoofdstad van de provincie Atjeh en op de kaart te vinden aan de oostkant van het eiland Sumatra.
We vlogen met de low-cost airline Lionair, beetje vergelijkbaar met Easyjet of Ryanair in Europa. Weinig service onderweg, maar wel spotgoedkoop. Deze vlucht kostte ons nog geen 50 euro pp voor twee uur vliegen.
Lionair biedt echter wel een service die we in Europa niet tegenkomen.
Zoals bij elk vliegtuig lagen er in het mapje voor ons veiligheidinstructies 'wat te doen bij een ramp', er lag ook een extra folder voor een andere veiligheid zocht: een lijst met voorgedrukte gebeden voor een goede vlucht.
Aangezien Lion Air geen onderscheid wil maken was er een gebed voor elke religie: islamitisch, boeddhistisch, hindoeïstisch, katholiek en protestant. Kom er in het geseculariseerde Europa maar eens om!


We hebben een behouden vlucht gehad en kwamen zonder enig probleem aan in Banda Aceh/Atjeh.
Het verschil met Jakarta is direct erg groot: rustiger, geen vervuiling, laagbouw, meer groen en alleen maar dames met hoofddoeken.
In Atjeh geldt een milde vorm van de Sharia wetgeving en daarbij horen ook bepaalde kledingeisen. Wij hebben ons hier als toeristen niet heel anders gekleed dan in de rest van Indonesie. Dat betekent vooral voor Lydia bedekte armen en een langere broek. (als ze dat niet doet wordt ze echt op een onprettige manier bekeken)
In Atjeh is een jarenlange burgeroorlog gevoerd omdat deze regio graag onafhankelijk zou willen zijn. (eigenlijk is dat een voortgaande strijd sinds de Nederlandse tijd en onder de Nederlandse commandant en latere premier Colijn is hier al een forse strijd gevoerd met tienduizenden doden)
Maar Atjeh is misschien nog wel het best bekend door de vreselijke ramp die de Tsunami hier aanrichtte.
Tienduizenden doden en een groot deel van de stad werden verwoest door deze golf die kilometers de stad instroomde.
Ook nu nog (ruim 5 jaar later) zijn er nog sporen te zien.
Erg indrukwekkend om te kijken bij een gigantisch schip dat 4 kilometer landinwaarts ligt middenin een woonwijk. Ook het tsunamimuseum/herdenkingsplek maakte veel indruk op ons.





Het was eigenlijk niet onze bedoeling om in Banda Aceh te blijven. Na onze vlucht zouden we de boot pakken naar het eiland Palau Weh voor de kust om daar enkele dagen te gaan duiken.
Toen we aankwamen bij de haven, bleek dat de boot kapot was. Helaas! De volgende ochtend zouden we kunnen gaan, maar we moesten een nacht in Banda Aceh blijven.
Dat was even balen, maar nadat we de bovenstaande indrukwekkende zaken hadden gezien waren we dit alweer vergeten. De mensen zijn er nog zo vol van dat het eigenlijk bijna asociaal is om door te reizen zonder even te delen in de rouw en verwerking van deze ramp.
De volgende ochtend (dinsdag 11-8) zijn we aangekomen op het eiland.
Schitterend.
Vandaag al een duik gemaakt en het duiken blijkt hier nog mooier dan op de Gili eilanden.
Dat komt deels doordat er hier veel, veel minder toeristen zijn. En daarmee ook minder duikers die het koraal verwoest hebben.
Dat is het grote nadeel aan duiken, als je afdaalt om veel moois te zien dan vernietig je het daarmee ook een klein beetje.
En eigenlijk is het zo met het hele toerisme. Hoe meer mensen naar mooie plekjes gaan, hoe minder mooi ze worden.
Gelukkig is dat hier (nog) niet het geval en we gaan genieten van de schoonheid van het eiland, het lekkere eten, de vriendelijke mensen en het schitterende duiken hier.
groeten!
Gerrit en Lydia
PS
nog even een naschrift, verschillende ervaren duikers hebben ons er ondertussen van weten te overtuigen dat duiken niet zo schadelijk is als we dachten. De verwoesting van grote delen koraal bij de Gili eilanden komt vooral door vissers die in het verleden met dynamiet hebben gevist. Dan komen alle vissen dood boevendrijven en zijn zo makkelijk 'op te vissen', maar zo vernietigen ze ook het koraal.
We gaan dus deels vrijuit al brengt het duiken wel een klein beetje schade toe.
Op maandagochtend vlogen we naar Banda Aceh, de hoofdstad van de provincie Atjeh en op de kaart te vinden aan de oostkant van het eiland Sumatra.
We vlogen met de low-cost airline Lionair, beetje vergelijkbaar met Easyjet of Ryanair in Europa. Weinig service onderweg, maar wel spotgoedkoop. Deze vlucht kostte ons nog geen 50 euro pp voor twee uur vliegen.
Lionair biedt echter wel een service die we in Europa niet tegenkomen.
Zoals bij elk vliegtuig lagen er in het mapje voor ons veiligheidinstructies 'wat te doen bij een ramp', er lag ook een extra folder voor een andere veiligheid zocht: een lijst met voorgedrukte gebeden voor een goede vlucht.
Aangezien Lion Air geen onderscheid wil maken was er een gebed voor elke religie: islamitisch, boeddhistisch, hindoeïstisch, katholiek en protestant. Kom er in het geseculariseerde Europa maar eens om!
We hebben een behouden vlucht gehad en kwamen zonder enig probleem aan in Banda Aceh/Atjeh.
Het verschil met Jakarta is direct erg groot: rustiger, geen vervuiling, laagbouw, meer groen en alleen maar dames met hoofddoeken.
In Atjeh geldt een milde vorm van de Sharia wetgeving en daarbij horen ook bepaalde kledingeisen. Wij hebben ons hier als toeristen niet heel anders gekleed dan in de rest van Indonesie. Dat betekent vooral voor Lydia bedekte armen en een langere broek. (als ze dat niet doet wordt ze echt op een onprettige manier bekeken)
In Atjeh is een jarenlange burgeroorlog gevoerd omdat deze regio graag onafhankelijk zou willen zijn. (eigenlijk is dat een voortgaande strijd sinds de Nederlandse tijd en onder de Nederlandse commandant en latere premier Colijn is hier al een forse strijd gevoerd met tienduizenden doden)
Maar Atjeh is misschien nog wel het best bekend door de vreselijke ramp die de Tsunami hier aanrichtte.
Tienduizenden doden en een groot deel van de stad werden verwoest door deze golf die kilometers de stad instroomde.
Ook nu nog (ruim 5 jaar later) zijn er nog sporen te zien.
Erg indrukwekkend om te kijken bij een gigantisch schip dat 4 kilometer landinwaarts ligt middenin een woonwijk. Ook het tsunamimuseum/herdenkingsplek maakte veel indruk op ons.
Het was eigenlijk niet onze bedoeling om in Banda Aceh te blijven. Na onze vlucht zouden we de boot pakken naar het eiland Palau Weh voor de kust om daar enkele dagen te gaan duiken.
Toen we aankwamen bij de haven, bleek dat de boot kapot was. Helaas! De volgende ochtend zouden we kunnen gaan, maar we moesten een nacht in Banda Aceh blijven.
Dat was even balen, maar nadat we de bovenstaande indrukwekkende zaken hadden gezien waren we dit alweer vergeten. De mensen zijn er nog zo vol van dat het eigenlijk bijna asociaal is om door te reizen zonder even te delen in de rouw en verwerking van deze ramp.
De volgende ochtend (dinsdag 11-8) zijn we aangekomen op het eiland.
Schitterend.
Vandaag al een duik gemaakt en het duiken blijkt hier nog mooier dan op de Gili eilanden.
Dat komt deels doordat er hier veel, veel minder toeristen zijn. En daarmee ook minder duikers die het koraal verwoest hebben.
Dat is het grote nadeel aan duiken, als je afdaalt om veel moois te zien dan vernietig je het daarmee ook een klein beetje.
En eigenlijk is het zo met het hele toerisme. Hoe meer mensen naar mooie plekjes gaan, hoe minder mooi ze worden.
Gelukkig is dat hier (nog) niet het geval en we gaan genieten van de schoonheid van het eiland, het lekkere eten, de vriendelijke mensen en het schitterende duiken hier.
groeten!
Gerrit en Lydia
PS
nog even een naschrift, verschillende ervaren duikers hebben ons er ondertussen van weten te overtuigen dat duiken niet zo schadelijk is als we dachten. De verwoesting van grote delen koraal bij de Gili eilanden komt vooral door vissers die in het verleden met dynamiet hebben gevist. Dan komen alle vissen dood boevendrijven en zijn zo makkelijk 'op te vissen', maar zo vernietigen ze ook het koraal.
We gaan dus deels vrijuit al brengt het duiken wel een klein beetje schade toe.
Abonneren op:
Posts (Atom)